Kelly van Zoghel heeft diabetes type 1 en deelt met Women's Health haar verhaal

Love & Life


Vandaag is het Wereld Diabetes Dag. Een portret van diabeet (maar bovenal levensgenieter) Kelly van Zoghel.

Vandaag is het Wereld Diabetes Dag. Een broodnodige dag, want hoewel er tegen diabetes redelijk te strijden valt, valt ’ie (nog) niet te genezen; bestaat er nog altijd veel onwetendheid over; stroomt geld het vaakst richting care en niet richting cure, en dat zou nou juist het allermooist wezen. Vindt ook stichting DON (Diabetes Onderzoek Nederland), die alles op alles zet diabetes type 1 zo rap mogelijk de wereld uit te helpen en niet anders doet dan zoveel mogelijk fundraisen om wetenschappelijk onderzoek naar die genezing financieel te kunnen ondersteunen voor lange termijn. Meer daarover lezen doe je hier. Aan stichting DON doneren? Goed idee! Je leest er alles over onderaan dit artikel. Want ’t is eerst tijd voor een inspirerend portret, dachten we zo.

  
WH’s Tara sprak met Kelly van Zoghel – 26 jaar, rolschaatser op hoog niveau, wereldreiziger, levensgenieter van heb ik jou daar, en iemand met diabetes type 1. Haar verhaal.

  
“Kijk, wanneer je zelf al niet gelooft dat je dingen kunt, dat je dingen kunt bereiken, dat je dingen kunt doorbreken, dan zal je – wel of geen diabetes type 1 – sowieso niet zo snel tot je doel komen, nee. Begrijp me niet verkeerd: diabetes type 1 is bepaald geen pretje, maar ik ben positief. Absoluut. En ik geloof écht dat je houding ten opzichte van dit soort klappen des levens cruciaal is. Want: ja, je kunt wel degelijk gewoon alles met diabetes type 1. En: ja, dat kost je waarschijnlijk meer moeite dan voor iemand zonder diabetes. En: ja, ik heb nog (redelijk) makkelijk praten, want: nee, ik heb door mijn diabetes mijn zicht nog niet verloren, en ik heb ook nog geen amputaties ondergaan. Die kans bestaat. Maar have faith. En besef dat de wereld niet vergaat op het moment dat je een dergelijke diagnose krijgt.

  
Ikzelf was zeventien toen ik te horen kreeg dat ik diabetes type 1 had. Mijn moeder vertelde me later dat het enige wat ik toen zei, was: “O mijn God.” Dat was het. Natuurlijk schrok ik, maar ik was er niet verdrietig of rancuneus over – dat kwam later pas. Ik dacht meteen: oké, nou ja, goed, dan gaan we dus maar insuline spuiten. Wat voor mij enorm heeft gescheeld: mijn vader heeft ook diabetes type 1. Hij kreeg het op z’n 35ste. Ik wist al best goed wat het betekende, had al van dichtbij gezien wat het met je doen kan, maar ik had dus ook gezien dat je gewoon alles nog kunt. Daarbij hoefde ik ook niet naar het ziekenhuis om ‘ingesteld’ te worden. Normaal moet dat, als je de diagnose diabetes type 1 krijgt. Dan lig je al gauw twee weken in het ziekenhuis, tot het weer helemaal goed met je gaat, en leer je van de hoed en de rand als het gaat om insuline spuiten – het verschilt per persoon enorm welke hoeveelheden nodig zijn, en wat voor jouw lijf en levensstijl het beste werkt, het luistert nauw. Maar, goed, ik hoefde dat gelukkig niet. Ik denk dat ik het daarom minder eng en minder erg vond, los van het feit dat het een flinke ommezwaai in je leven is.
  
>> Hoeveel weet jij eigenlijk van diabetes type 1?
  
Tien kilo was ik afgevallen, in een maand tijd. De droom van elke puber natuurlijk. Ik had ook ontzettend veel dorst, was de hele dag door water aan het drinken, moest ontzettend vaak naar de wc – je hebt te veel suiker in je bloed die niet omgezet wordt in insuline, waardoor je de boel automatisch wil uitplassen, vandaar. Mijn klasgenoten, ik zat in mijn examenjaar, zagen dat ik was afgevallen en zagen me de hele dag door water drinken, dus die dachten: die Kelly is mooi tien kilo kwijt en drinkt zich een ongeluk, gaan wij ook doen – dat vond ik achteraf stiekem wel grappig. Goed. Kwam nog bij dat mijn spieren ontzettend verzuurd waren. De suiker die in je bloed achterblijft, gaat op den duur aan de wanden van je aderen kleven. Bij mij had dat nogal z’n weerslag op mijn spieren. Ik rolschaats op hoog niveau, toen ook al, en ik kòn niet meer. Mijn spieren wilden niet meer. Ik sliep heel veel, terwijl ik dan eigenlijk zou moeten leren voor mijn examens. Afijn. Alles bij elkaar opgeteld, wisten we thuis wel wat er aan de hand zou kunnen zijn. Dus ging ik naar de dokter. Als de dood was ik destijds nog voor naalden en prikken – inmiddels niet meer nee, haha. Je bloedsuikerwaarde meten, is maar een klein prikje. Of het vervolgens goed zit met die waarde kun je al gauw zien. Ik werd binnen twee uur teruggebeld met het bericht dat mijn suikerwaarde veel te hoog was en ik pronto naar het ziekenhuis moest. Je kunt daar niet te lang mee rondlopen. De volgende dag zat ik weer bij de dokter, nu om mezelf viermaal met insuline te spuiten.

  
Het is een behoorlijk technisch verhaal, ja, insuline spuiten. Je wordt een beetje je eigen dokter, moet ook dikwijls medische beslissingen nemen en leert echt via trial en error wat voor jouw lichaam het beste werkt, hoeveel insuline jouw lichaam nodig heeft. In mijn geval: ik sport en train vrij veel, nu voor het Nederlands Kampioenschap rolschaatsen in januari, wat betekent dat we tweemaal weeks drie uur trainen en dan vaak nog een dag in het weekend. Vind ik alleen maar leuk hoor, maar ik moet er mijn insulinegebruik wel goed op afstemmen, anders word ik ingehaald door een hypo of hyper. (Bij een hyper heb je een te hoge bloedsuiker, een hypo betekent een te lage bloedsuiker. Een hyper herken je aan veel moeten plassen, veel dorst hebben en houden, misselijkheid, vermoeidheid, humeurigheid en aan het feit dat alles vervelend aanvoelt. Een hypo herken je aan overmatig zweten, trillen, duizeligheid, je lastig kunnen concentreren, hoofdpijn hebben, moe zijn en een boel honger hebben, red.)

  
Als ik een hypo krijg, kan ik niet meer uit mijn woorden komen, raak ik mijn zicht kwijt, ben ik niet meer aanspreekbaar. Dat gebeurt me eenmaal soms tweemaal per week. Je kunt er goed beroerd van zijn, ja, en dus doe je er alles aan om zo’n hypo of hyper te voorkomen. Je wilt je suiker zo stabiel mogelijk houden. En dat lukt ’t best door langzame koolhydraten te eten, geen suikerrijke dranken te drinken, op gezette tijden te eten, door een goede structuur te handhaven. Een dag werken geeft mij bijvoorbeeld meer rust dan een vrije dag, waarop het nog onzeker is hoe ’ie er precies uit gaat zien, hoe laat ik opsta, hoe laat ik lunch, wat ik ga doen. Het valt of staat met de voorbereiding. Je moet alles plannen als je diabeet bent. Spontaniteit is lastig, je kunt niet zomaar iets ondernemen. Alles wat je doet, van eten, slapen, op stap gaan, sporten, andere activiteiten, álles heeft invloed op je lichaam en op je suikerwaarde.

  
Er zijn dagen waarop dat heel goed gaat, waarop je goed bent ‘ingesteld’, waarop je alles goed kunt handelen. Maar er zijn ook zeker dagen waarop je suikers onverklaarbare dingen doen. En wat suikers betreft ben ik inmiddels een behoorlijke controlfreak: ik wil kunnen verklaren waarom ze doen wat ze doen. Zo van: ik heb een te hoge suiker omdat ik chocola heb gegeten, stom, had ik niet moeten doen. Maar soms kun je ze helaas niet verklaren. Stress en hormonen knoeien ook met je suikerwaarde. Ontzettend frustrerend vind ik dat, zeker als ik er álles aan heb gedaan om mijn suikers stabiel te houden. Dan wil ik nog weleens denken: godver, wáárom. Dat zijn momenten die niet veel mensen zien, naast vrienden en familie.

  

VitamineDboost☀️

A post shared by Kelly (@kellyvzoghel) on

    

Ja, ik kan me goed voorstellen dat mensen met diabetes type 1 het niet meer zien zitten. Dat klinkt heftig, maar ik spreek weleens diabeten die zeggen: ‘Djiezus, Kel, hoe houd je het vol, hoe kan het toch dat je zo positief bent?’ Die positiviteit heb je keihard nodig. Met elke ziekte, trouwens. Anders kom je er niet doorheen. Je wereld wordt al gauw een hele kleine wereld als je mentaal niet sterk in je schoenen staat. Ik heb weleens intensieve en slapeloze nachten gevuld met hypo’s. Dan denk ik ’s ochtends weleens: ik kan even niet meer. Maar dan sleep ik mezelf toch maar naar werk. Daar heb ik trouwens ook weleens een hypo. Zeker. Dat gebeurt. Ik heb dikwijls dat ik in een meeting zit en me moet excuseren. Voor mij geldt op dat moment dat ik zo snel mogelijk van die hypo af moet zien te komen, dus dan zeg ik: ‘Sorry guys, ik heb een te lage suiker.’ Dan zijn er mensen die een wenkbrauw liften, ja. Maar daar trek ik me niks van aan. Ik ben altijd heel open over mijn diabetes. Bij een nieuwe baan, bij een nieuwe sportclub. Je moet ook wel: als er iets met je gebeurt, moeten er wel mensen zijn die weten dat je iets mankeert. Ik merk zelf dat als ik er open over ben, vertel wat het inhoudt, mensen altijd begripvol zijn. En als ze dat niet zijn, hebben ze gewoon echt geen flauw idee denk ik dan maar.

  
Ik ben me ervan bewust dat er aan diabetes serieuze complicaties kleven. Je kunt blind worden. Je kunt amputaties moeten ondergaan. Je kunt nog een heleboel andere dingen oplopen. Dat ik daar nog nooit mee te maken heb gehad is een zegen, maar erover nadenken doe ik absoluut, en natúúrlijk ben ik bang voor zulke complicaties. De kans dat er iets dergelijks gebeurt, die bestaat. Ik hoop gewoon van harte dat het me niet overkomt. Door stichting DON ken ik inmiddels mensen die minder geluk hebben. Een meisje waar ik contact mee heb, is blind geworden. Door diabetes. Dat schudt je wel wakker, ja. Maar er continu mee bezig zijn, of er altijd maar bang voor zijn, heeft zo weinig zin.

  
Het helpt dat ik nuchter ben. Mijn vader ook. We kunnen erom lachen. Als we samen gaan uiteten bijvoorbeeld, en voor het eten ons shirt omhoogtrekken en een spuit insuline in onze buik zetten. Dat moet er voor een boel mensen vreemd uitzien. Ook op festivals. Als je dan een spuit in je bil, been of buik zetten moet, denken mensen toch vaak aan heel andere dingen dan insuline. Maar ik schaam me er absoluut niet voor. En ik ga zeker op stap. Op het moment dat je alcohol drinkt, blijft je suiker stabiel, na vier uur gaat de alcohol werken en dan zakt je suiker pardoes een hoop. Op het moment dat je op bed ligt, en je hebt te veel gedronken, dan kunnen er weleens vervelende situaties ontstaan. Daar houd ik natuurlijk rekening mee. Ik meet en eet altijd voor ik ga slapen. Maar ik kom uit Den Bosch, ben een heuse Bourgondiër. Ik hou van wijn, van lekker eten, van gezelligheid. Dat is me zoveel waard, dat zou ik er nooit voor laten. Ik weet dan gewoon dat ik de ochtend erna brakker ben dan de rest. Dat zij dan maar even zo. En, ja, natúúrlijk ga ik er bewust mee om en zit ik niet elke avond in de kroeg.

  
Ik heb een fantastische club vrienden en een geweldige familie. En een geweldige vriend. Als ik mijn vriend niet had, had ik waarschijnlijk een heleboel dingen niet durven doen. Hij is echt een mentaal vangnet, weet me binnen een paar minuten op te vrolijken, kan verdraaid goed relativeren en op de juiste momenten de juiste steun bieden. Dat scheelt hoor. Over een paar weken gaan we naar Zuid-Afrika. Voor drie weken. Daar heb ik ontzettend veel zin in! Ook wat Zuid-Afrika betreft: een goede voorbereiding is key. Je krijgt te maken met een andere temperatuur, ander eten, een ander ritme, alles heeft invloed op je suikerwaarde. Voor vertrek zorg ik ervoor dat ik voor ten minste drie weken aan insuline heb, voldoende meetapparatuur heb, reservespullen heb voor het geval ik iets kwijtraak of er iets wordt gejat. Je hebt verschillende verklaringen nodig van je arts, anders kom je met alle spuiten en insulinepatronen niet door de douane. Ik ben zeker weleens van top tot teen gefouilleerd, ja, haha, maar ik heb een diabetespaspoort, dus ze weten vaak al gauw wat er loos is. Het is ook niet de eerste keer dat ik een verre reis maak, dus ik weet wat me te wachten staat. Ook ter plaatse. De eerste dagen is het even aftasten. Even acclimatiseren. Soms ben ik die dagen ziek, maar de adrenaline om te reizen en wat van de wereld te zien is groter dan de angst voor een paar dagen beroerd-zijn. 

  

Enjoying a lovely sunset

A post shared by Kelly (@kellyvzoghel) on

  

Of ik in genezing geloof? Ja, absoluut. Ik hoop er zeker op. Ja. Misschien niet voor mijn generatie, maar sowieso voor de volgende. Toen ik diabeet werd is er tegen me gezegd dat er binnen vijftien jaar genezing zou zijn. We zijn nu bijna tien jaar verder. En als ik kijk naar het wetenschappelijk onderzoek dat stichting DON financiert, en naar de ontwikkelingen, dan durf ik best te geloven dat de dokters destijds de waarheid spraken. Doordat ik nauw betrokken ben bij stichting DON volg ik de nieuwste ontwikkelingen op dat gebied, maar het is zeker niet zo dat ik elke dag check of ze al iets hebben uitgedokterd, vind het niet altijd leuk erover te lezen. Als er een cure is dan ben ik de gelukkigste op aard, maar zolang ’ie er niet is leef ik mijn leven. Want, nogmaals: de wereld vergaat niet. Dat maakt diabetes niet leuk, maar de wereld vergaat niet, en met een beetje geluk word je nog honderd ook.”

  
Het is vandaag Wereld Diabetes Dag. Speciaal voor deze dag heeft stichting DON een unieke actie opgezet, samen met Tikkie. Met één druk op de knop kun je vandaag stichting DON aantikken en een bijdrage van 5 euro doneren. Doe je mee?
  
Via www.stichtingdon.nl/tikkie kun je heel gemakkelijk en via iDEAL doneren. Gebruik deze link ook om de Tikkie te delen in jouw netwerk.
  
Alvast heel veel dank voor jouw steun! Namens Team Women’s Health en namens Team DON. 

Onderzoekers hebben deze kwestie eens flink onder de loep genomen.
Van een lijst sportapps, een lijst met meditatie apps tot een lijst met apps om lekker wakker te worden.
Hoe dun is de lijn tussen slaapgebrek en geweld bijvoorbeeld? De wetenschap legt uit.