Dit zijn 5 haarstijlen die je haar níét beschadigen tijdens het sporten
Women's Health/Getty Images

Wie (tijdens het sporten) haar haar strak naar achteren draagt, loopt risico op kale plekken door beschadigde haarzakjes. Ja, van dat nieuws schrokken wij ook. Wij wilden natuurlijk weten: welke kapsels kunnen we dan wél dragen tijdens het sporten?
We vroegen het aan tricholoog Désirée Dankers (@desireedankers), haar- & scalpexpert gespecialiseerd in een gezonde hoofdhuid - of in haar eigen woorden: ‘Ze noemen me ook wel scalp-freak’.
Het gevaar van strak haar
Tijdens het sporten ben je bewust met je lijf bezig; misschien wil je snel kunnen rennen tijdens hockey, of misschien ben je aan het trainen voor je eerste pull-up. Je haren wil je uit je gezicht, dus doe je je lokken in een strakke staart of knot (en als je up to date bent met de trends ook nog slicked back).
Het gevolg? Er komt trekkracht te staan op je haar, waardoor de haarzakjes - met name aan de voor- en zijkant van je haargrens - beschadigd raken, ‘met kale plekken tot gevolg’, zegt Dankers. ‘Dat noemen ze ook wel tractiealopecia.’
Ontdek meer over tractiealopecia en de wetenschap achter beschadigde haarzakjes door te strakke kapsels.
Strakke kapsels in de sportwereld
Dankers kan heel goed begrijpen dat een strakke knot of staart tijdens het sporten vooral uit praktische overwegingen wordt gekozen. ‘Je wil natuurlijk niet dat je haar je in de weg zit tijdens het bewegen’, zegt ze.
Blijvende schade
Toch ziet ze dat er maar weinig mensen zich bewust zijn van de gevolgen, en ziet ze steeds vaker sportieve vrouwen op haar tijdlijn voorbij komen die hun haar te strak naar achteren dragen. ‘Het nadeel is dat mensen vaak denken: oh, dat komt later wel weer goed. Maar als je je haarzakjes vaak genoeg onder spanning zet, valt het gewoon niet meer te herstellen’, aldus Dankers.
Deze kapsels zijn goed voor sport én hoofdhuid
Gelukkig zijn er verschillende manieren om je haar te dragen, zonder dat je lokken tijdens het bewegen in de weg zitten. ‘Mij gaat het altijd vooral om de combinatie van gemak met wat gezond is voor haar- en hoofdhuid,’ zegt Dankers, ‘zodat je het in zo min mogelijk tijd voor elkaar krijgt, en zo veel mogelijk profijt hebt tijdens het sporten.’
Dankers tipt 5 verschillende haarstijlen voor het sporten:
1. De goede ouwe vlecht
‘De losse vlecht is mijn favoriete haarstijl voor sporters - zeker als je lang haar hebt. Dit houdt je haar uit je gezicht, en zorgt voor minder tractie op je haarlijn. Het maakt daarbij niet uit of het een losse vlecht is, of ingevlochten.’
2. Een losse (!) knot bovenop
‘Je mag je haar best opsteken in een knot, maar zorg dan wel dat die los zit en bovenop je hoofd. Dit zet geen druk op je haarlijn, maar is ook lekker praktisch met het sporten.’
3. Lage staart
‘Een losse paardenstaart onderin je hals houdt alles uit je gezicht, maar beschermt ook je haarzakjes. Je kunt zelfs de voorste plukjes wat lostrekken om die helemaal van tractie te ontzien. En nee, doe dan geen slick back waarbij je het met een borstel alsnog strak trekt - ook al is het nu de trend.’
4. Haarband
‘Zeker ook handig voor dames met kort haar: de haarband. Kies er een die niet te strak is. Bij voetbalsters zie je vaak dat ze een dun elastiekje gebruiken. Dat is op zich prima, maar mijn voorkeur gaat uit naar een haarband met een bredere band - dat houdt je haar beter uit je gezicht.’
5. De wet look
‘Zeker met een korte coupe, kan deze ook prettig zijn. Maak een scheiding, en kam je haren naar achter met je voorste plukken achter je oren - zoals bij de wet look. Er is niks mis met als je er tijdens het sporten toch een beetje leuk uit wil zien, zeker als je op een gegeven moment helemaal rood en bezweet bent.’
Al met al is het advies van Dankers altijd: niet strak, maar los. ‘Als je merkt dat een kapsel toch te strak zit, probeer dan de voorste plukken wat los te trekken. Dan zijn in principe alle haarstijlen wel prima - als ‘t maar los zit.’
Extra tips: zo zorg je als sporter goed voor je lokken
Naast het kiezen van het juiste kapsel, kun je je haar nog meer ondersteunen:
- Gebruik een serum
Welke haarstijl je ook kiest: Dankers adviseert om altijd een haarserum te gebruiken. ‘Zorg dat je dit altijd voor je gaat sporten aanbrengt op je lengtes - niet op je haargroei. Dit biedt extra bescherming voor je lokken.’ - Kies het juiste elastiek
Ook wil je kijken naar het type elastiek dat je gebruikt. ‘Je wil graag een elastiek gebruiken met zo min mogelijk frictie. Spiraalvormige elastieken zijn ook populair, maar vaak zijn deze niet stevig genoeg waardoor mensen ‘m extra strak moeten draaien - en dat kan ook schadelijk zijn.’ - Wassen, wassen, wassen
‘Na het sporten wil je áltijd je haren wassen’, zegt Dankers. ‘Ook op je hoofdhuid zul je zweten, en dat vervuilt je hoofdhuid - zeker als je vervolgens droogshampoo’s gebruikt of je haren niet wast. Vaak zie ik dan bij mensen bultjes op de hoofdhuid ontstaan. Was je haar na het sporten, zodat je hoofdhuid goed kan ademen, en zodat het gezond kan blijven groeien.’
Een pet? Géén goed idee
Een pet is hartstikke leuk, maar Dankers ziet ze liever niet tijdens het sporten. ‘Je gaat toch meer transpireren onder een pet, wat een broeierig effect tot gevolg heeft.’ Vooral mensen met een gevoelige hoofdhuid of (aanleg voor) eczeem willen volgens haar uitkijken. ‘Petten worden bovendien ook niet vaak gewassen’, voegt ze toe.
Hoe zit het met gel en lak?
Haarproducten zoals gel en lak zijn prima, zegt Dankers, ‘mits ze van goede kwaliteit zijn, en je het met mate gebruikt.’ Wat je volgens de tricoloog wil voorkomen, is achterblijvend residu en schilfers. ‘Was het dus altijd weer uit’, benadrukt ze.















