Waarom tellen we eigenlijk calorieën? Dit is waarom we daar zo gefixeerd op zijn
Dupe Photos

Je kent het vast wel: dat getal naast je ontbijt, snack of avondeten dat stiekem bepaalt of je ‘goed bezig’ bent. Waar komt die fixatie op calorieën vandaan? Terwijl onze blik op gewicht en gezondheid verandert, blijft één ding opvallend overeind: we willen eten in cijfers vangen.
Tekst: Currie Engel, vertaling: Sanne Roes
Waar de calorie begon als middel om te berekenen hoeveel energie groepen mensen nodig hebben, is het nu een cijfertje in een meetmodel geworden, wat een verkeerde kant is ingeslagen. Wat we vergeten is dat evenwichtige en volwaardige voeding heel belangrijk is; je lichaam is niet 'maakbaar'. In dat proces vergeten we te luisteren naar wat het lichaam ons al vertelt en dat ieder lichaam anders is. Dat maakt het dat er in het huidige systeem van calorieën tellen volgens experts een groot gevaar zit.
In dit artikel duiken we in de geschiedenis van de calorie, hoe het de kern werd van extreme lichaamsidealen en welke oorspronkelijke boodschap we allemaal nog steeds lijken te missen.
Let op: in dit artikel worden de onderwerpen rondom verstoord eetgedrag en eetstoornissen aangehaald, en kan als triggerend worden ervaren. Onderaan lees je hoe en waar je hulp kunt vinden.
Het eten van calorieën
Calorieën voelen tegenwoordig alsof ze altijd al onderdeel waren van hoe we eten. Maar dat is niet zo. Het verhaal begint bij arts Lulu Hunt Peters, die begin twintigste eeuw een nieuwe manier van afvallen populair maakt. Tijdens haar medische studie komt ze in aanraking met het idee van calorieën als een eenheid van energie in voeding, ontwikkeld door wetenschapper Wilbur Atwater. Peters past die kennis als een dieetmethode toe op zichzelf. Ze schrijft er een boek over, dat een groot succes wordt: miljoenen exemplaren worden verkocht en haar aanpak wordt een nationale dieetmethode in de VS.
Wat dr. Peters dan nog niet weet, is dat haar boek en haar theorie het hele concept van voeding en dieet wereldwijd zullen veranderen. Voedsel wordt iets wat je niet alleen eet, maar ook berekent. ‘Vanaf nu eet je calorieën. In plaats van te zeggen ‘één sneetje brood’, zeg je ‘zoveel calorieën brood’, vertelt dr. Peters haar lezers. Dat is vrijwel precies wat er is gebeurd. Apps die de calorie-inname bijhouden hebben honderden miljoenen gebruikers. Generaties vrouwen passen al decennialang hun eetgewoonten aan aan de strikte richtlijnen van dit wetenschappelijke concept, om hun gezondheidsdoelen te bereiken.
Calorieën werden populair
De populariteit van calorieën tellen schommelt al meer dan een eeuw, maar het idee dat dit dé manier is om af te vallen blijft hardnekkig. Na de publicatie van dr. Peters’ boek schrijven jonge meisjes haar al voor advies over calorieën. Kookboeken nemen calorietellingen op en op vrouwenuniversiteiten wint het idee snel terrein. Er was toen een idee dat vrouwen die studeerden of intellectueel werk deden ‘te veel energie zouden verliezen’, en dus minder goed zouden zijn in huishouden en moederschap. Volgens historicus Nick Cullather moest een vrouw genoeg calorieën binnenkrijgen om haar vermeende mentale inspanning te compenseren. En net zoals mode en muziek, waait ook deze trend uiteindelijk over naar Nederland.
Tot in de jaren zestig ligt de focus vooral op ondergewicht, mede door de oorlog en de hongerwinter. In de jaren zeventig verschuift dat naar overgewicht, en wordt mager het nieuwe ideaal. Televisiedokter Hans van Swol introduceert het Amerikaanse idee van calorieën tellen via het Atkins-dieet (1973). En hoewel het gebruik van het woord ‘calorie’ in 1978 binnen de Europese Economische Gemeenschap (EEG) formeel wordt beperkt, blijft het in de praktijk de standaardmaat voor energie in de voedingsindustrie. Steeds meer mensen gaan bovendien samen lijnen, bijvoorbeeld via WeightWatchers, waarbij eten wordt afgestemd op caloriegrenzen.
Vetarm eten
In de jaren negentig krijgt het calorie-idee een nieuwe vorm: vetarm eten wordt de norm. Het tijdperk van ‘heroin chic’ laat een extreem dun lichaamsideaal zien dat via modellen en media breed wordt verspreid. Begin jaren 2000 verschijnen overal verpakte snacks in porties die heel laag in calorieën zijn. Een direct herkenbare echo van de strikte richtlijnen van dr. Peters, maar nu als marketingconcept verpakt als ‘gezond’.
Eind 2016 wordt in de EU het vermelden van calorieën en voedingswaarden op verpakkingen verplicht. Het doel: consumenten helpen om bewustere keuzes te maken. Maar daarmee wordt het getal ook definitief onderdeel van de dagelijkse voedselbeleving. Achteraf is het makkelijk om de problemen van calorieën tellen te zien en om er memes over te maken. Maar sommige experts vinden het allesbehalve grappig. ‘Ik ben er mijn hele carrière al kritisch op, terwijl ik helemaal niet extreem ben’, zegt specialist in eetstoornissen David Wiss. ‘Calorieën geven een vertekend beeld. Mensen focussen op één getal en vergeten de rest.’
De calorie heeft een verkeerde draai gekregen
Hoe we ook proberen voeding los te zien van calorieën, die cijfers blijven overal aan vastgeplakt: aan een banaan, een koekje, een glas wijn. Het heeft onze manier van met eten omgaan drastisch veranderd. Toch is de calorie niet per se ‘fout’, benadrukken experts. Het is maar één stukje van een veel grotere puzzel. ‘Calorieën tellen kan helpen om porties en inname bewuster te maken’, zegt gastro-enteroloog Samantha Nazareth. ‘Maar ik zie het vooral als een eerste stap, niet als eindpunt.’ Daar zit de spanning: het is nuttig, totdat het te leidend wordt.
Waar komt de calorie vandaan?
Een calorie is in de basis een meeteenheid voor energie in voeding. Technisch gezien is het de hoeveelheid warmte die nodig is om één gram water één graad Celsius te laten stijgen, legt dr. Peters uit in Diet and Health with Key to the Calories. Vandaag denken we bij calorieën meteen aan diëten, apps en controle over eten. Maar dat was niet waar de oorsprong lag. Wetenschapper Wilbur Atwater was niet bezig met afvallen. Hij probeerde fundamentele vragen uit zijn tijd te beantwoorden, zoals hoeveel energie mensen nodig hebben om goed te kunnen functioneren, bijvoorbeeld als arbeider, zegt historicus Nick Cullather. Met een zogenoemde bomcalorimeter verbrandde Atwater voedsel om de energie-inhoud te meten. Die warmte vertaalde hij naar calorieën.
Energieverbruik
Daar bleef het niet bij. Hij deed ook experimenten met studenten van Wesleyan University. Hij observeerde hen in gecontroleerde omstandigheden tijdens eten en bewegen, om te berekenen hoeveel energie mensen verbruiken en nodig hebben om dat aan te vullen. Die data werden later gebruikt voor grotere berekeningen: hoeveel calorieën een fabriek vol arbeiders nodig heeft, of een leger tijdens oorlogstijd. De Verenigde Staten waren toen immers betrokken bij militaire conflicten, en voedselvoorziening was strategisch belangrijk, aldus Cullather.
De uitkomsten van Atwater werden breed opgepakt. Zijn idee dat energie-inname en -verbruik in balans zouden moeten zijn, werd als revolutionair gezien. Door de media-aandacht werd hij een bekende naam. Zijn tabellen (de zogeheten Atwater-tabellen) werden de standaard voor calorie-informatie op voedsel. Die worden nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld op verpakkingen in de supermarkt.
Niet geschikt voor individuen
Naarmate de Atwater-tabellen populairder werden, gingen mensen ze steeds vaker individueel toepassen. En daar begon het mis te gaan. Atwater had zijn berekeningen nooit bedoeld voor individueel gebruik en artsen waarschuwden daar ook voor, zegt Cullather. De cijfers waren bedoeld als schattingen voor grote groepen mensen, niet voor één persoon. En ze waren ontwikkeld om ondervoeding te bestrijden, niet om af te vallen. Zelfs dr. Peters benadrukte dat caloriebehoeften sterk kunnen verschillen, ‘afhankelijk van leeftijd, gewicht en lichamelijke activiteit’. Maar het was al te laat: mensen waren al verslaafd aan calorieën tellen.
Het dagelijkse benodigde aantal calorieën verschilt sterk per persoon en zou dat ook moeten doen, zoals Peters zelf eigenlijk al aangaf. Het hangt af van geslacht, lichaamsbouw, genetica, activiteit en leeftijd. Een 1,93 meter lange 24-jarige bouwvakker heeft bijvoorbeeld een totaal andere behoefte dan een 1,55 meter lange 65-jarige verkoper.
Slechts een cijfer
Toch blijft het idee maar bestaan dat alle vrouwen hetzelfde aantal calorieën per dag zouden moeten eten. Ook het Voedingscentrum gebruikt dat als richtlijn, met kanttekeningen over variatie per persoon. De Gezondheidsraad doet dat eveneens op basis van leeftijd en activiteit. Calorieën zijn zo verweven geraakt met eten dat we ze bijna automatisch berekenen in cijfers, in plaats van dat we gewoon een cupcake of een proteïnereep zien.
Gevoel van controle
Volgens experts zit de kracht van de calorie in één ding: het is een getal. ‘Dat is het belangrijkste aspect’, zegt Cullather. ‘Getallen lijken objectief. Ze kunnen worden gemeten en vergeleken.’ ‘Er is geen mening, geen gevoel, het is één vast cijfer’, vult Karin Evans, specialist in eetstoornissen en vrouwengezondheid aan.
Maar wat dat met ons doet, is minder eenduidig. Voor sommige mensen kan het werken met harde cijfers helpen om grip te krijgen op eten en minder stress te ervaren. Het maakt iets complex overzichtelijk: één getal in plaats van een eindeloze afweging. Zeker in een druk leven met werk, kinderen en verplichtingen kan dat rust geven. En het kan een gevoel van controle opleveren, alsof je een doel hebt gehaald.
Het gevaar achter calorieën tellen
Maar volgens experts zit daar ook meteen het risico. Vooral als het ervoor zorgt dat je tegen de behoeften van je lichaam ingaat, zegt sportdiëtist Kelly Jones. Het idee dat afvallen en ‘slank zijn’ een soort morele waarde krijgen, is volgens haar diep ingebakken geraakt, zeker in een tijd waarin afslankmiddelen als Ozempic het gesprek over gewicht opnieuw hebben aangewakkerd.
Wat ooit bedoeld was als een manier om voeding inzichtelijk te maken, is daarmee ook een systeem geworden van beloning en straf. Apps feliciteren je met je ‘goede keuzes’, televisieshows lieten jarenlang zien hoe gewichtsverlies een persoonlijke prestatie is. Fatima Cody Stanford, arts-onderzoeker obesitasgeneeskunde aan Harvard: ‘Alsof je het simpelweg kunt oplossen door minder te eten en meer te bewegen. Dat maakt het een individueel probleem.’
Als tellen obsessief wordt
Volgens experts kan calorieën tellen daardoor ook snel doorslaan, vooral bij mensen die gevoelig zijn voor eetproblemen of al een verstoorde relatie met voeding hebben. ‘Het kan obsessief worden of juist extreem zwart-wit’, zegt Jones. ‘Dan tel je alles een paar dagen, en daarna helemaal niets meer.’ Sommige cliënten komen bij haar met de wens voor één perfecte formule voor hun gezondheid of gewicht. Maar zo eenvoudig is het niet. Calorieën tellen kan helpen, maar alleen tot op zekere hoogte.
Wat een calorie niet vertelt
Als het oorspronkelijke idee van calorieën (een praktische maat om energie in voeding te berekenen en honger en ondervoeding tegen te gaan) uit het oog verdwijnt, krijgt het al snel een andere betekenis. Dan wordt het een soort allesbepalende graadmeter. Op dat punt gaat het wringen. Je hebt het waarschijnlijk vaker gehoord: niet alle calorieën zijn gelijk. De bekende regel ‘calorieën erin, calorieën eruit’ vat een veel te simpel beeld samen van hoe mensen over voeding denken, zegt dr. Stanford. ‘Het is echt niet zo rechtlijnig.’
Calorieën uit groente doen iets totaal anders met je lichaam – met je darmen, hormonen, stofwisseling en verzadiging – dan calorieën uit snoep, zegt Dr. Nazareth. Het getal zelf vertelt dus maar een klein deel van het verhaal.
Dat inzicht zat overigens al deels in het werk van dr. Peters. Haar boek bevat uitgebreide uitleg over eiwitten, koolhydraten, vetten en vitamines, en benadrukt dat voeding meer is dan alleen energie. Ze schreef zelfs dat ‘honger, net als koude voeten, het moeilijk maakt om in slaap te vallen’. In die zin was haar werk voor die tijd vooruitstrevend. Toch raakte die bredere boodschap gaandeweg op de achtergrond. Wat bleef hangen, was de simpele calorie.
Meer naar voedingsstoffen kijken
Volgens Wiss is het daarom tijd om voeding opnieuw te zien als meer dan getallen. Hij spreekt over de ‘diepere signaalinformatie’ van eten: hoe het lichaam reageert op wat we binnenkrijgen.
De recente opkomst van GLP-1-medicatie heeft die discussie opnieuw aangewakkerd. Omdat deze middelen de maaglediging vertragen en verzadiging verhogen, ontstaat er meer aandacht voor kwaliteit van voeding en wat sommigen ‘goede calorieën’ noemen. Tegelijk waarschuwen artsen dat het niet aanpassen van eetgewoonten tijdens gebruik risico’s kan geven. Online circuleren inmiddels bijwerkingen die vaak worden gelinkt aan een tekort aan voedingsstoffen, zoals haarverlies en brozere botten.
Slank is niet hetzelfde als gezond
Mensen met een minder evenwichtig voedingspatroon, of ze nu GLP-1-medicatie gebruiken of niet, kunnen bij te weinig en eenzijdig eten snel spiermassa verliezen en botdichtheid inleveren. Zelfs als de calorie-inname op papier klopt, zegt dat weinig als de voedingsstoffen niet in balans zijn. Het draait dus niet alleen om hoeveel je eet, maar vooral om wat je eet. ‘Als je structureel te weinig binnenkrijgt, zie je dat snel terug in je lichaam: haaruitval, een doffe huid, minder energie’, zegt Grace A. Derocha van de Academy of Nutrition and Dietetics. Volgens haar kan een volwaardig voedingspatroon juist veel van die effecten voorkomen, waaronder spierverlies.
Caloriebeperking is niet duurzaam
Jones benadrukt vooral twee aandachtspunten bij gewichtsverlies, zeker bij mensen die GLP-1-medicatie gebruiken: voldoende magere eiwitten en volwaardige plantaardige voeding. ‘Dat zorgt voor meer verzadiging en een hogere voedingskwaliteit’, zegt ze. Blijvend gewichtsverlies en de biologie erachter zijn complexer dan lang werd gedacht. Extreme caloriebeperking kan wel tot gewichtsverlies leiden, zegt Dr. Stanford, maar het effect is zelden houdbaar.
‘Slank is niet hetzelfde als gezond’, stelt ze. En calorieën tellen alleen leidt volgens haar niet automatisch tot betere of duurzamere keuzes. ‘Je lichaam corrigeert altijd. Het zoekt de weg terug naar biologisch evenwicht. Dat compenseert uiteindelijk.’
De ene calorie is de andere niet
Het idee dat je simpelweg afvalt door meer te bewegen en minder te eten, is volgens experts niet zo zwart-wit. ‘Als het zo simpel was, had ik dit werk niet gedaan’, zegt dr. Stanford tegen haar patiënten. Wat ze vooral probeert duidelijk te maken: gewicht wordt beïnvloed door een combinatie van factoren: biologisch, psychologisch, sociaal en omgevingsgericht. In totaal gaat het om tientallen invloeden. ‘Je genen, omgeving, opvoeding: ze spelen allemaal mee in hoe je lichaam zich ontwikkelt’, zegt ze.
Dat beeld wordt ondersteund door onderzoek van de National Academies of Sciences, Engineering and Medicine. In een studie uit 2023 at een vrouw onder haar berekende caloriebehoefte, maar viel alsnog niet af. Volgens de klassieke ‘calorie erin, calorie eruit’-regel zou dat wel moeten gebeuren, maar in de praktijk gebeurde het dus niet. Natuurlijk is dit één voorbeeld, maar het staat niet op zichzelf. Gewichtsverlies blijkt sterk individueel en laat zich niet vangen in één algemene formule.
Minder calorieën is niet per se gezonder
Het idee dat minder calorieën automatisch gezonder is, klopt simpelweg niet. Dat wordt treffend zichtbaar in een voorbeeld van dr. Stanford. Ze laat patiënten kiezen tussen een fastfoodproduct met een lagere hoeveelheid calorieën, en een ontbijtproduct met wat meer calorieën. Ze weten dat het ontbijtproduct gezonder lijkt, maar worden toch gestuurd door het lagere getal. Die twijfel laat zien hoe dominant calorieën zijn geworden in onze manier van denken over eten.
Minder tellen, meer begrijpen
Calorieën tellen hoeft niet volledig te verdwijnen, maar de manier waarop we ermee omgaan moet volgens experts veranderen. Minder focus op getallen betekent meer aandacht voor de basis: portiegrootte, voldoende groenten, fruit en volkorenproducten, en het verschil tussen onverzadigde vetten (zoals in avocado) en verzadigde en transvetten (zoals in gefrituurd eten).
Jones werkt in de praktijk met een combinatie van voedingskennis en intuïtie. Niet alleen wat er op papier in voeding zit, maar ook hoe je lichaam aanvoelt: heb ik honger, zit ik vol, heb ik behoefte aan extra eiwitten? Door cliënten meer inzicht te geven in macronutriënten, verschuift de focus van calorieën naar voedingskwaliteit. Volgens Evans vergeten we vaak één ding: ervoor zorgen dat we blij worden van eten. Eten zou niet alleen functioneel moeten zijn. ‘We zijn gaan geloven dat gezond eten iets is wat niet lekker mag zijn’, zegt ze. ‘Maar als iets niet lekker is, waarom zou je het dan blijven eten?’
Uiteindelijk komt de oorspronkelijke boodschap van dr. Peters misschien dichterbij dan we denken. Ze wilde mensen juist handvatten geven om beter te begrijpen wat ze eten. Niet om obsessief te tellen, maar om bewuster te worden van voeding, en van wat het met je lichaam doet.
Vraag om hulp
Worstel jij met eten, sporten of je lichaam, en wil je erover praten? Of herken jij jezelf of een ander misschien in de signalen van een eetstoornis? Weet dan dat je niet alleen bent en er mensen voor je klaar staan. Je kunt de hulplijn van Stichting MIND bereiken op 0900-1450 of vraag hulp bij Stichting Kiem.
Volg je Women's Health al op Facebook, Instagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.
Volg je Women's Health al op Google Discover?
Mis nooit meer een artikel over mentaal en fysiek in beweging blijven, voeding of vrouwengezondheid in Google Discover. Volg Women's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.















