De nachten zijn voor mij #3: 'De ochtend waarop alles voorgoed veranderde'
Dupe Photos

De zomer is perfect voor lang tafelen, mooie vakanties en ontspannende stranddagen. En wat is nu beter dan op zo'n zwoele zomeravond meegevoerd worden in een meeslepend verhaal? Hoofdredacteur Lara schreef leesverhaal 'De nachten zijn voor mij' - een stuk over liefde, verlies en hoe iets wat ooit vanzelfsprekend voelde langzaam kan veranderen in een breekpunt...
In het gloednieuwe zomerboek met Julia Heetman op de cover lees je van A tot Z hoe dit verhaal afloopt. Hieronder vind je het derde deel. Benieuwd naar de voorgaande stukken? Lees dan hier deel 1 en hier deel 2.
Let op: dit verhaal bevat elementen van huiselijk geweld. Merk je bij jezelf dat de spanning oploopt? Of zie je signalen bij mensen om je heen? Bel bij direct gevaar altijd direct 112 of vraag (anoniem) advies bij Veilig Thuis: ze zijn telefonisch bereikbaar via 0800-2000.
Schommel in de nacht
14 februari 2026. Joeps mondje laat met een zachte plop mijn tepel los. Hij is in slaap gevallen, zijn wangetjes nog rond van de inspanning, een sliertje melk in zijn mondhoek. Ik leg hem terug in de wieg, voorzichtiger dan nodig, alsof elke beweging een ei is dat ik moet behoeden voor breken.
Ik ga niet meteen terug naar bed. In plaats daarvan loop ik op kousenvoeten naar de gang en daarna naar de keuken, waar het tegelijk koud en vertrouwd aanvoelt onder mijn voeten. Ik schenk een glas water in en drink het in één teug op, alsof ik dorst probeer te verdrinken die er niet is. Door het raam zie ik de schaduw van de schommel in de tuin, stilletjes heen en weer bewegend in de nachtwind. Finn heeft hem voor zijn verjaardag gekregen en al die tijd heeft hij erop gezeten alsof hij bang is dat iemand hem zal afpakken als hij er ooit afstapt.
Finn
Finn. Mijn oudste, Kaspers zoon uit zijn vorige relatie, die bij ons woont sinds zijn moeder naar Portugal is geëmigreerd met haar nieuwe vriend. Een knul met de glimlach van zijn vader en, gelukkig, weinig van zijn humeur. Ik denk aan de woorden van Kasper van eerder vanavond – ‘gooi ik hem uit het raam’ – en weet, met de zekerheid van een moeder die haar instincten kent, dat als Finn wakker was geweest, hij die woorden gehoord zou hebben. En ik vraag me af, niet voor het eerst, hoeveel van dit soort avonden hij al heeft meegemaakt voordat ik in dit huis kwam wonen.
Ik zet het glas in de gootsteen en sta een moment stil, mijn handen plat op het aanrecht, mijn hoofd gebogen als in gebed. Maar ik bid niet. Ik tel alleen, zoals ik vaker doe als de nacht te lang en te stil wordt: één, twee, drie, vier ademhalingen, tot mijn hartslag weer normaal aanvoelt. Vanaf de overloop hoor ik Kaspers gesnurk, gestaag en onschuldig, als van een man die niets te verwijten valt. Ik vraag me af of hij zich morgen iets zal herinneren. Vaak doet hij dat niet, of beweert hij dat niet te doen, wat op dit punt in onze relatie nauwelijks nog een verschil maakt.
'Misschien'
Ik blijf nog even staan, mijn handen om het aanrecht geklemd, en denk aan Finn die boven op zolder ligt te slapen. In zijn eigen kleine wereld van Lego en posters van voetballers van wie hij de namen feilloos kent, terwijl hij de spelregels nog steeds een beetje raadselachtig vindt. Ik denk aan hoe hij gisteren voor het slapengaan vroeg of we dit weekend naar het zwembad konden, en hoe ik ‘misschien’ zei. Dat woord dat volwassenen gebruiken als ze ‘waarschijnlijk niet’ bedoelen, maar de teleurstelling nog even willen uitstellen.
Ik beloof mezelf, niet voor het eerst, dat ik het hem dit keer wel zal geven, dat zwembad, ondanks alles. Hij verdient een dag waarop niemand schreeuwt, waarop de enige zorgen chloor in je ogen en een ijsje zijn, dat smelt voordat je er klaar voor bent. Ik loop terug naar de slaapkamer en glip onder het dekbed, mijn rug naar hem toe. Het is een ingesleten gebaar dat ooit intiem voelde – het indraaien in elkaars warmte – en nu vooral een grens markeert. Een paar centimeter laken die de afstand tussen ons in stand houdt.
Een bijzondere ochtend
Slapen lukt niet meteen. In plaats daarvan dwalen mijn gedachten af, zoals ze de laatste tijd vaker doen, naar een andere ochtend. Een ochtend die op het eerste gezicht niets met Kasper te maken had. En toch ook weer alles, want door die ochtend kwam ik, via een omweg die ik nooit had kunnen voorspellen, voor de tweede keer bij hem terecht. Deze keer voorgoed.
Twee jaar eerder...
15 oktober 2024. Tussen mijn wimpers door zie ik een gebergte van dekens naast me opdoemen. Aan de hoge ligging van de bergkam te zien, ligt er iemand onder. Met wat gekreun til ik mijn hoofd op om locatie te bepalen. Niets aan de kamer waarin ik probeer wakker te worden brengt herkenning. Het bed en een bank staan in dezelfde ruimte, het moet een studio zijn.
Er missen gordijnen voor de ramen, aan de muur hangen polaroids met dronken mensen erop en ik zie een oude poster van Mumford & Sons. Het is deze persoon gelukt om zelfs het vetplantje op de vensterbank te laten versterven. In een uithoek van de ruimte staat een koelkast, de deur op een kiertje. Hij is leeg, het lampje brandt niet meer. Waarschijnlijk woont hier een student of in elk geval iemand met een rommelig karakter. Langzaam zakt mijn hoofd terug in de zijwaartse slaapstand.
Diep verlangen
‘Ben je wakker, prinses?’ klinkt er vanuit het diepste van de berg. Mijn gezucht en gesteun hebben hem vast wakker gemaakt. De jongensstem ontketent herinneringen aan vannacht. Ze voelen warm, toch vaag. Er jakkeren souvenirs over mijn netvlies van een ontmoeting in de kroeg: een brede volle mond, warrig bruin haar, smeulende ogen, snel bewegende schouders – we hebben wild gedanst. Er klimt verlangen omhoog vanuit mijn tenen, zacht borrelend in mijn onderbuik blijft het liggen; het was vast spannend vannacht.
‘Draai je eens om’, fluister ik. Het is alsof mijn woorden even rondzingen door het dal, maar dan trekt er een golf over het dekbed. De berg draait zich hevig om en de warmte krijgt een gezicht. Diezelfde smeulende ogen proberen die van mij te vinden, in het licht zijn ze diepbruin. Hij is jong, wat ik al vermoedde, maar een student lijkt me onwaarschijnlijk. Thank God.
‘Hello you’, grap ik en denk meteen: waarom zet ik een overdreven accent op bij elk eerste gevoel van ongemak? Het gezicht lacht: ‘Je Cockney-accent heeft nog wat werk nodig. Vannacht klonk het ook niet al te best. Ben je weer een beetje op aarde?’
‘Was het zo erg?’
Zijn ogen verraden wat ik niet wil horen. Het was erg. De mist in mijn hersenpan, het gebrek aan heldere fragmenten van onze avond, is geen goed teken. De pijn in mijn schouder evenmin. ‘Recht voor mijn deur stortte je ter aarde. Het was niet fraai.’ Hij wijst naar een zwarte pump op de grond, de hak is gebroken. ‘In gebrekkig Engels schold je me nog uit. Slow pancake.’ Hij proest: ‘Eigenlijk heet ik gewoon Simon.’
Simon
‘Sssimon’, blaas ik zacht over mijn lippen in een poging om mijn geheugen aan te zwengelen. Ik zie mezelf nog wel in de kroeg met Tom. We namen een shotje chartreuse en bij het terugplaatsen van het glas op de bar, haakte hij een vinger in mijn mond. De bittere smaak van MDMA herkende ik uit duizenden. Waarom het niet Tom is die nu naast me ligt, blijft onduidelijk.
‘Sssimon’, herhaal ik. ‘Waar is mijn telefoon?’ Hij wijst zonder iets te zeggen naar de vloer naast het bed, waar mijn telefoon, samen met één sok en wat ik kan identificeren als de overblijfselen van mijn make-up, een kleine ramp vormt. Ik strek mijn arm uit, mijn vingers net buiten bereik van het scherm, en voel hoe mijn schouder protesteert tegen de beweging. Ik laat een kreun ontsnappen die niet bedoeld was om gehoord te worden, maar die natuurlijk toch klinkt.
‘Voorzichtig, prinses.’ Simon buigt zich over me heen, zijn lichaam warm tegen het mijne, en pakt de telefoon voor me. Hij ruikt naar bier en sigaretten en iets anders. Iets wat me, om wat voor reden dan ook, doet denken aan een kampvuur. Niet onaangenaam. Gewoon... onverwacht.
Gemiste appjes
Ik pak de telefoon aan en het scherm licht op met een waas van notificaties. Berichten van Tom – drie, om precies te zijn, de laatste verstuurd om kwart voor vier vannacht, met de tekst: ‘Waar zit je verdomme.’ En dan een hele reeks van mijn beste vriendin Sanne, oplopend in urgentie, die intussen heeft geleerd dat ’s nachts bellen niet meer nodig is, omdat ik altijd wel weer ergens opduik. De laatste, van een paar minuten geleden: ‘Waar BEN je?! We moeten zo naar Bo’s verjaardag! Ik heb je nodig als steun, anders sta ik daar straks helemaal alleen naast Niels en zijn nieuwe vriendin. Bel me!!’
Bo. Het zoontje van Niels, Sannes ex, met wie ze – ondanks alles – nog altijd op goede voet staat, voor het kind. Ik had beloofd met haar mee te gaan, een soort emotionele bodyguard voor de duur van een kinderfeestje vol slingers en ouders die elkaar kennen via de basisschool. Shit. Sannes verjaardagsfeestje. Ik laat me terugzakken in de kussens, de telefoon tegen mijn borst gedrukt, en sluit mijn ogen. Het is zaterdag. Is het al bijna twee uur ’s middags? Ik gluur door mijn oogharen naar de klok op mijn telefoon, 11:47 uur – nee, oké, er is nog wel tijd, maar niet veel.
Binnenkort de ontknoping!
Zit je op het puntje van je stoel? Geen zorgen, binnenkort zullen we de ontknoping met delen! En kun je nu echt niet wachten, dan lees je 'm in één keer helemaal - samen met nog heel veel andere inspirerende verhalen en artikel over sport, gezondheid en meer - in de nieuwste editie.
Het tijdschrift met Julia Heetman op de cover ligt nu in de winkels - en hier kan je 'm online bestellen. Wees er snel bij, want op = op! Het zomerboek liever in de brievenbus ontvangen? Word abonnee en ontvang altijd als eerste de nieuwste editie van WH.
Volg je Women's Health al op Facebook, Instagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.
Volg je Women's Health al op Google Discover?
Mis nooit meer een artikel over mentaal en fysiek in beweging blijven, voeding of vrouwengezondheid in Google Discover. Volg Women's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.














