Magazine

De nachten zijn voor mij #4: 'Toen was het makkelijk, nu ingewikkeld'

Praat mee!

Dupe Photos

Dupe Photos

De zomer is perfect voor lang tafelen, mooie vakanties en ontspannende stranddagen. En wat is nu beter dan op zo'n zwoele zomeravond meegevoerd worden in een meeslepend verhaal? Hoofdredacteur Lara schreef leesverhaal 'De nachten zijn voor mij' - een stuk over liefde, verlies en hoe iets wat ooit vanzelfsprekend voelde langzaam kan veranderen in een breekpunt...

In het gloednieuwe zomerboek met Julia Heetman op de cover lees je van A tot Z hoe dit verhaal afloopt. Hieronder vind je het vierde en laatste deel. Benieuwd naar de voorgaande stukken? Lees dan hier deel 1, hier deel 2, en hier deel 3.

Let op: dit verhaal bevat elementen van huiselijk geweld. Merk je bij jezelf dat de spanning oploopt? Of zie je signalen bij mensen om je heen? Bel bij direct gevaar altijd direct 112 of vraag (anoniem) advies bij Veilig Thuis: ze zijn telefonisch bereikbaar via 0800-2000.

De morning after

Oktober 2024. ‘Alles oké?’ Simons stem klinkt zachter nu, met een toon van bezorgdheid die ik niet had verwacht van iemand die ik gisteren nog niet kende. ‘Ik moet ergens zijn’, zeg ik, en mijn stem klinkt rauwer dan ik had bedoeld. ‘Beloofd aan een vriendin. Kinderverjaardag, lang verhaal.’ ‘Oh.’ Hij knikt, alsof dat alles verklaart en rolt zich op zijn rug, zijn arm achter zijn hoofd. Het plafond boven ons heeft een waterschadevlek in de vorm van wat verontrustend veel op Italië lijkt. ‘Wil je koffie voor je gaat? Ik heb dat tenminste wel in huis, ondanks dat de koelkast eruitziet als een postapocalyptisch decor.’ Ik moet lachen. ‘Graag.’

Terwijl Simon opstaat – ik probeer niet te veel naar zijn rug te kijken terwijl hij dat doet, en faal jammerlijk – kijk ik om me heen naar de rest van mijn kleren. Mijn jurk hangt over de rugleuning van de bank, mijn jas ligt op de grond bij de deur, en van mijn andere schoen is geen spoor te bekennen. Ik vraag me af of die nog ergens buiten ligt, op straat. Als een eenzame getuige van de avond die ik nauwelijks kan reconstrueren. Mijn schouder doet pijn als ik me uit bed hijs en ik realiseer me dat ik nog steeds mijn ondergoed draag, wat op zich als een soort overwinning voelt na een avond als deze.

In de spiegel

Ik trek de jurk aan, voel hoe de stof kreukt tegen mijn huid en loop voorzichtig naar wat ik aanneem de badkamer is. In de spiegel – klein, gebarsten in de hoek – zie ik mezelf voor het eerst sinds gisteravond. Mijn mascara heeft zich verspreid tot twee donkere vlekken onder mijn ogen, mijn haar is een wirwar van klitten en op mijn wang zit een afdruk van wat waarschijnlijk een kussennaad is. Ik zie er niet uit als iemand die naar een kinderverjaardag gaat. Ik zie eruit als iemand die net is teruggekomen van een oorlog die ze zelf is begonnen. Ik was mijn gezicht met koud water, gebruik mijn vingers als kam en doe mijn best om de schade te beperken. Het helpt een beetje. Niet veel.

Als ik terugloop naar de woonkamer, staat er een kop koffie voor me klaar op het aanrecht. Simon zit op de bank, in een T-shirt en boxer- short, scrollend op zijn telefoon. Hij kijkt op als ik binnenkom en glimlacht. ‘Beter?’ ‘Ietsje.’ Ik pak de koffie en neem een slok. Het is sterker dan ik gewend ben, maar precies wat ik nodig heb. ‘Dank je. Voor... alles. Sorry voor het ongemak van gisteravond.’ ‘Geen probleem.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik heb wel ergere dingen gezien. En je was best vermakelijk, voordat je viel.’ ‘Dat moet ik dan maar gewoon geloven.’

Mumfort & Sons

Ik gebaar met mijn kop koffie naar de polaroids aan de muur, naar de Mumford & Sons-poster, naar het overleden vetplantje. ‘En, wat is jouw verhaal? Woon je hier alleen?’ Hij volgt mijn blik en lacht een beetje verontschuldigend. ‘Sinds een paar maanden. Mijn vorige huisgenoot vertrok nogal abrupt naar Berlijn, dus ik zit hier nu in mijn eentje, met zijn meubels. En zijn planten, die ik blijkbaar dan weer niet zo goed heb verzorgd als ik had gehoopt.’

Hij vertelt dat hij muziek maakt, iets met geluid voor games, freelance, vooral ’s nachts. Wat verklaart waarom hij gisteren nog wakker was toen ik letterlijk voor zijn deur viel. ‘Het is geen carrière waar mijn ouders heel enthousiast over zijn’, zegt hij, met een blik die half grappend, half oprecht is. ‘Maar het werkt, op de een of andere manier. Voor nu.’

‘Voor nu’, herhaal ik. Er klinkt iets in mijn stem wat ik niet helemaal kan plaatsen. Jaloezie misschien, of iets wat daar dichtbij komt. Een leven dat nog niet is vastgelegd, dat nog alle kanten op kan... Ik neem nog een slok koffie om de stilte te vullen, en hij kijkt me aan met een blik die niet vraagt om uitleg, maar die wel ruimte laat. Die ruimte neem ik niet, niet nu. In plaats daarvan zet ik mijn kop neer en kijk op de klok aan de muur, die vijf voor twaalf aangeeft. Ik voel de werkelijkheid weer naar binnen sluipen.

‘Kan ik je een lift geven? Naar die verplichting?’ Ik kijk hem aan, deze jongen – man eigenlijk, al voelt het verschil soms klein. Ik zag hem gisteren pas voor het eerst en vanochtend zette hij koffie voor me zonder enige verwachting, zo lijkt het. Er is iets ontwapenend aardigs aan hem. Het past niet bij het beeld dat ik in mijn hoofd heb geconstrueerd op basis van de polaroids aan de muur en het lege koelkastje.

‘Dat hoeft niet’, zeg ik. ‘Ik bel wel een taxi.’ ‘Weet je het zeker? Ik heb toch niets te doen.’ Ik denk aan wat Sanne zou zeggen als ze me met een vreemde man zag aankomen. De ochtend na een avond die ik me nauwelijks kan herinneren, met mascaravegen onder mijn ogen en een gebroken hak in mijn handen. Ze zou lachen, denk ik. En dan zou ze zeggen dat het typisch Lena is. ‘Oké’, zeg ik dan. ‘Maar alleen als je het echt niet erg vindt.’ Ik app Sanne snel en beloof dat ik er zo aankom.

'Mag ik iets vragen?'

De rit verloopt grotendeels in stilte, op de radio na, die zachtjes een nummer speelt dat ik niet herken maar waarvan de melodie iets weemoedigs heeft. Simon rijdt rustig, zijn handen losjes op het stuur, en af en toe vang ik hem op terwijl hij een blik op me werpt, alsof hij wil checken of ik nog steeds oké ben.

‘Mag ik iets vragen?’ zegt hij uiteindelijk, als we de straat inrijden, waar al een paar auto’s geparkeerd staan en een tros ballonnen aan een hek wappert in de wind. ‘Zeker.’ ‘Gaat het wel? Echt? Ik bedoel niet de kater. Ik bedoel... je leek vannacht best... ‘Hij zoekt naar het juiste woord. ‘...verdrietig. Onder alles.’

De vraag overvalt me en ik voel hoe mijn keel even dichtknijpt. Niemand heeft dat de laatste tijd gevraagd – niet op deze manier, niet met deze oprechte nieuwsgierigheid van iemand die niets van me weet en daardoor misschien juist beter ziet wat er onder de oppervlakte zit. ‘Het gaat wel’, zeg ik, en ik hoor zelf hoe automatisch het klinkt. ‘Het is... ingewikkeld. Het is een lange periode geweest.’

Simon knikt, alsof dat antwoord genoeg is, alsof hij begrijpt dat sommige dingen niet uitgelegd kunnen worden in de paar minuten tussen een onbekende slaapkamer en een kinder- verjaardag. ‘Oké. Nou, voor wat het waard is, je verdient het om niet verdrietig te zijn. Wie dat ook heeft veroorzaakt.’ Ik kijk naar hem, deze vreemde met zijn warrige haar en zijn vriendelijke ogen, en voel iets in me verschuiven – geen liefde, niet eens verlangen, maar iets kleiner en misschien wel waardevollers: het gevoel gezien te worden door iemand die niets van me verwacht.

‘Dank je’, zeg ik, en deze keer meen ik het. Hij stopt de auto voor het huis van mijn ouders, en ik stap uit, mijn benen nog steeds een beetje wankel van de avond ervoor, mijn schouder nog steeds pijnlijk, mijn hoofd vol van een kater die nog wel een paar uur zal aanhouden. Voordat ik het portier dicht doe, buig ik me nog even naar binnen. ‘Misschien zie ik je nog eens’, zeg ik, half als vraag, half als constatering. Simon glimlacht. ‘Misschien wel. Zorg goed voor jezelf, prinses.’ Ik sluit het portier en kijk de auto na terwijl hij wegrijdt. Ik voel een vreemd gevoel van melancholie in mijn borst voor iemand die ik nu al weer kwijt ben, terwijl ik hem amper kende. Dan draai ik me om naar het huis voor me, waar door de ramen al het geluid van kinderstemmen en de geur van taart naar buiten lijken te dringen, en haal diep adem.

De kinderverjaardag

Sanne staat al bij de deur op me te wachten, haar armen over elkaar geslagen, een blik op haar gezicht die het midden houdt tussen opluchting en de belofte van een stevig verhoor later. ‘Je ziet er...’ begint ze, en bedenkt zich dan. ‘Nee, laat maar. Kom binnen, ik zal je voorstellen aan de jarige.’

Twee lachende kindergezichtjes verschijnen in de deuropening. Hun tanden nog zo wit dat ze als een paar koplampen dwars door de mist in mijn hoofd bij mijn ziel naar binnen schijnen. Bo is de jarige, en naast hem een jongetje dat ik niet ken. Hij heet Finn, zal ik later horen, een vriendje van school dat toevallig dezelfde verjaardagsweek heeft en daarom is meegenomen naar het feestje.

Het duurt nog twee jaar voordat Finn mijn stiefzoon zal zijn. Maar op dit moment, op deze ochtend, weet ik dat nog niet. Op dit moment ben ik gewoon Lena, die met een kater en een gebroken hak een kinderverjaardag binnenstapt. Niet wetend dat ergens in deze kamer, tussen de ballonnen en de slingers, een man staat die ik ooit – heel kort, op een Koningsdag jaren geleden – al eens heb ontmoet, en die mijn leven voorgoed op zijn kop zal zetten.

Ik loop naar binnen, glimlach naar de kinderen, en voel voor het eerst in maanden iets wat bijna op geluk lijkt. Dan valt mijn blik op een man die net de tuindeur doorkomt met een schaal in zijn handen. Er gebeurt iets vreemds in mijn borst – een vage rimpeling van herkenning, alsof ik hem ooit eerder heb gezien, al kan ik er geen vinger op leggen waar of wanneer. Hij kijkt op, fronst even en dan breekt er een glimlach door op zijn gezicht – diezelfde glimlach, weet ik plotseling, met een schok die door mijn vermoeide lijf trekt. De net-niet-oranje trui. Den Bosch. De fontein. ‘Wacht’, zegt hij, en zet de schaal neer. ‘Ken ik jou niet?’ Het zal niet lang duren.

Alleen in de nacht

14 februari 2026. Ik knipper met mijn ogen, en het slaapkamerplafond vervangt de polaroids, het matras in de studio, de oranje trui van zeven jaar geleden. Kaspers gesnurk klinkt nog steeds gestaag naast me, onveranderd. Alsof de afgelopen uren – de schreeuw, het dreigement, Joeps honger, mijn eigen reis door de jaren – nooit hebben plaatsgevonden. Voor hem niet. Voor mij wel.

Ik denk aan Simon, die ik nooit meer heb teruggezien, ondanks de belofte die geen van ons serieus nam. Ik denk aan het moment in de auto, toen hij vroeg of het wel ging. En hoe ik antwoordde met een leugen die voelde als waarheid omdat ik hem zo graag wilde geloven. En ik denk aan Kasper, aan de man met de net-niet-oranje trui, aan de manier waarop zijn schouders zakten toen ik dichterbij kwam. Aan hoe makkelijk het was, toen. Aan hoe ingewikkeld het nu is.

Buiten begint het eerste licht door de gordijnen te dringen, een grijze gloed die de contouren van de kamer langzaam terugbrengt. Over een uur wordt Joep weer wakker. Over twee uur moet Finn naar school. Over drie uur doet Kasper alsof er vannacht niets is gebeurd, en ik laat hem. Omdat het alternatief – het benoemen, het confronteren – een gevecht is waar ik vandaag de energie niet voor heb. Morgen misschien. Ik sluit mijn ogen, niet om te slapen, maar om de wereld nog even op afstand te houden. Net lang genoeg om mezelf voor te bereiden op nog een dag in deze relatie.

Nog meer leesvoer

Naast leesverhaal 'De nachten zijn voor mij' staat het nieuwe zomerboek vol met nog veel meer interessante artikelen, waaronder het interview met covermodel Julia Heetman, een stuk over de perimenopauze, een recept voor heerlijk zelfgemaakt ijs. Ook vind je er allerlei inspirerend leesvoer met betrekking tot work-outs en trainingen.

Het tijdschrift ligt nu in de winkels - en hier kan je 'm online bestellen. Wees er snel bij, want op = op! Het zomerboek liever in de brievenbus ontvangen? Word abonnee en ontvang altijd als eerste de nieuwste editie van WH. 

Volg je Women's Health al op FacebookInstagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.

Volg je Women's Health al op Google Discover?

Mis nooit meer een artikel over mentaal en fysiek in beweging blijven, voeding of vrouwengezondheid in Google Discover. Volg Women's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.