Eet je snel of veel? Misschien heeft dit met de structuur van je eten te maken

Praat mee!
Digital Editor

Dupe Photos

Dupe Photos

In voedingsland is al een heleboel vrij algemeen bekend; vezels zijn belangrijk, ultrabewerkt voedsel is niet bepaald gezond en het ene product is een stuk voedzamer dan het andere. Toch blijkt dat niet alleen de binnenkant van etenswaren ertoe doet, maar ook de buitenkant. Volgens onderzoekster Dieuwerke Bolhuis heeft de structuur van het product namelijk best wat impact heeft op hoe snel en hoeveel je ervan eet. 

Hoe sneller en meer je inneemt, hoe meer calorieën je ook binnenkrijgt. Mocht je bezig zijn met afvallen of op je calorie-inname willen letten, dan kan dit dus zomaar eens een handige bevinding zijn.

Het zit 'm in de textuur

Zintuigwetenschapper en expert consumentengedrag, specifiek als het om voedingsmiddelen gaat, Dieuwerke Bolhuis legt uit dat we als het om overconsumptie en overgewicht gaat vooral ook eens naar de textuur van ons eten moeten kijken. Geen strenge diëten, maar juist slim kauwen. 

Dat werkt als volgt. Producten met een zachte textuur vragen om minder kauwwerk en processen in de mond dan producten met een hardere textuur. Ga maar eens na: een bakje pudding heb je een stuk sneller achter de kiezen dan een appel. Dat leidt er vervolgens weer toe dat je zacht voedsel sneller opeet, en dus ook eerder geneigd bent er meer van te nemen.

Lees hier ook waarom je chips zo makkelijk weg eet.

Hard versus zacht

Binnen een onderzoek uit 2014 legde Bolhuis deze twee typen structuren naast elkaar: zacht versus hard eten. Daarbij ging ze na hoe snel men dit eten opaten. De deelnemers die een zachtere lunch voorgeschoteld kregen (risotto, een hamburger op een zacht broodje en gekookte groenten) aten sneller en kregen meer calorieën binnen dan de andere groep. 

Bij de deelnemers met de hardere texturen (een hard burgerbroodje, rijstsalade en rauwe groenten) was dit dus minder. En dat hield aan. Deze deelnemers compenseerden die mindere inname namelijk niet gedurende de volgende maaltijden. 

Andere eigenschappen

Daarnaast maken ook specifieke eigenschappen uit voor het tempo waarop voedingsmiddelen worden gegeten. Deze benoemen we hieronder. 

Kleven en kauwen

Volgens Bolhuis eet je kleverige kruimels sneller weg - die plakken namelijk aan elkaar. Harde korsten of kruimels zijn juist weer moeilijker weg te werken. 

Het gaat om het formaat

Ook de grootte van het product maakt uit. Dikke sneetjes brood leiden namelijk tot grotere happen. Iets wat je overigens misschien niet verwacht: kleinere hapjes zorgen ervoor dat je langzamer eet. Er gaat dan namelijk meer gekauw en meer speeksel overheen voordat je het doorslikt. 

Smeren, smeren, smeren

Een cracker mét wat hummus of cream cheese eet je sneller op dan één zonder smeersel. Waarom? Het maakt het product net wat smeuïger, en dus is er minder kauwen en speeksel nodig.

De ene vorm is de andere niet

Tenslotte benoemt Bolhuis ook nog dat de vorm van het product uitmaakt. De ene vorm wordt met meer smeersel besmeerd dan de andere, en dus sneller gegeten. 

De kracht van het kauwen

Moraal van het verhaal? De textuur van je eten kan invloed hebben op hoe snel je je bord leeg eet en hoeveel je ervan neemt. Je hoeft bepaalde voedingsmiddelen dus niet te schrappen. Bolhuis: ‘Maak je happen kleiner en kauw meer’. Textuur, formaat en vorm kunnen meer doen dan je denkt.

Bron: Wageningen University

Volg je Women's Health al op FacebookInstagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.

Wil je bijdragen aan ons onderzoek naar eetgedrag, lichaamsbeeld en mentale gezondheid? Hier vind je de enquête!

Volg je Women's Health al op Google Discover?

Mis nooit meer een artikel over mentaal en fysiek in beweging blijven, voeding of vrouwengezondheid in Google Discover. Volg Women's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.