Gezondheid

ICSI bij vruchtbaarheidsproblemen: wat kun je verwachten?

Update: 5 augustus 2025 om 13:58
Contributing Digital Editor

Van de verschillen tussen IVF en ICSI tot je kansen op een zwangerschap, dit wil je weten over deze bevruchtingsmethode. 

© Getty Images

ICSI-behandeling: wat is het en wat zijn de kansen?

Je hebt een kinderwens, misschien al een tijdje, maar zwanger worden blijkt niet vanzelf te gaan. Dat is verdrietig, verwarrend en soms ook gewoon ronduit frustrerend. Je komt in een wereld terecht vol medische termen, trajecten en afkortingen als IVF en ICSI. Wat betekenen die precies? En wanneer kom je daarvoor in aanmerking? Geen zorgen, we nemen je stap voor stap mee. In dit artikel leggen we uit wat ICSI inhoudt, hoe het verschilt van IVF en in welke situaties artsen voor deze methode kiezen. Fertiliteitsarts Grada van den Dool van Nij Clinics deelt bovendien haar kennis over de behandeling, de kansen én de risico’s.

Wat is ICSI en wanneer wordt het toegepast?

ICSI staat voor intracytoplasmatische sperma-injectie en is een vorm van kunstmatige bevruchting die net als IVF in het lab plaatsvindt. Het verschil? Bij ICSI wordt er niet gewacht tot een zaadcel z’n werk doet. De embryoloog kiest één zaadcel uit en injecteert die direct in een rijpe eicel. "Bij ICSI nemen we het heft in handen”, legt Van den Dool uit. “In plaats van te wachten of een zaadcel zijn werk doet, kiezen we de sterkste cel uit en helpen we een handje door hem rechtstreeks in de eicel te brengen.” Zo wordt er een embryo gevormd dat een paar dagen later teruggeplaatst wordt in de baarmoeder.

Wanneer wordt ICSI toegepast?

Artsen kiezen voor ICSI in situaties waarin een spontane bevruchting lastig is, zoals:

  • Als het sperma van de man van mindere kwaliteit is – denk aan een laag aantal zaadcellen (minder dan 1 miljoen), zaadcellen die traag bewegen of er afwijkend uitzien.
  • Als het sperma op de dag van de eicelpunctie onverwacht tegenvalt – bijvoorbeeld door koorts, stress of andere tijdelijke factoren.
  • Als er bij een eerdere IVF behandeling geen bevruchting van de eicel was – ICSI kan dan nét dat extra zetje geven.

Hoe verloopt een ICSI-behandeling stap voor stap?

Een ICSI-traject lijkt qua stappen vrijwel volledig op een IVF-behandeling. Je krijgt dezelfde hormoonbehandeling, ondergaat een eicelpunctie en wacht uiteindelijk op de terugplaatsing van een embryo. “Voor paren is het traject precies hetzelfde,” legt de fertiliteitsarts uit. “Ze merken geen verschil tussen IVF en ICSI. Het enige dat anders is, gebeurt in het laboratorium.” Daar kiest de embryoloog bij ICSI één zaadcel uit, die direct in de eicel wordt geïnjecteerd. Bij IVF laat men de bevruchting aan de zaadcellen zelf over, in een schaaltje samen met de eicel. Dat verschil is klein, maar kan in sommige situaties essentieel zijn voor het ontstaan van een embryo.

Je doorloopt tijdens zo'n fertiliteitsbehandeling ongeveer de volgende fases:

  1. Oriënterend fertiliteitsonderzoek – Blijkt daaruit dat ICSI de beste optie is? Dan maakt de arts een behandelplan.
  2. Stimulatiefase – Door middel van hormonen worden de eierstokken gestimuleerd om meerdere eitjes te laten rijpen.
  3. Eicelpunctie – De rijpe eitjes worden via een kleine ingreep uit je eierstokken gehaald.
  4. Zaadafname – De zaadcellen worden opgevangen (of ontdooid bij gebruik van ingevroren sperma).
  5. Injectie – Eén zaadcel wordt geselecteerd en direct in een eicel geïnjecteerd.
  6. Embryo-opvolging – In het lab wordt gekeken of de bevruchting lukt en hoe het embryo zich ontwikkelt. De embryo’s die niet direct worden teruggeplaatst, maar wel geschikt zijn, worden ingevroren voor eventueel later gebruik.
  7. Terugplaatsing – Eén embryo (soms twee) wordt in de baarmoeder geplaatst.
  8. Wachten... – Na ongeveer twee weken volgt de zwangerschapstest. Spannend!
  9. Vervolg terugplaatsing – Als de eerste poging niet lukt of als je op een later moment opnieuw zwanger wilt worden, kan er een nieuwe terugplaatsing plaatsvinden met één van de ingevroren embryo’s.

Wanneer kiezen artsen voor ICSI in plaats van IVF?

Of artsen kiezen voor ICSI in plaats van IVF, hangt vooral af van de spermakwaliteit en het verloop van eerdere behandelingen. “ICSI wordt vaak aangeraden wanneer het zaad van mindere kwaliteit is, of als eerdere IVF-behandelingen geen embryo’s opleverden,” vertelt fertiliteitsarts Van den Dool. Soms wordt ICSI pas op het laatste moment ingezet. “Bijvoorbeeld als IVF de bedoeling was, maar het sperma op de dag van de punctie ineens tegenvalt, door bijvoorbeeld koorts, stress of een andere externe factor,” legt ze uit. In zo’n geval kan ICSI alsnog worden toegepast om de kans op bevruchting te vergroten.

Volgens haar draait het vooral om regie en precisie: “Het is een methode waarmee we net wat meer controle hebben over het bevruchtingsproces.”

Kansen en risico’s van ICSI

De kans op een zwangerschap na een IVF- of ICSI-behandeling ligt gemiddeld rond de 30 tot 40 procent per poging. “Maar dat is echt een gemiddelde,” waarschuwt Van den Dool. “De leeftijd van de vrouw speelt hierin een enorme rol. Hoe jonger de eicellen, hoe groter de kans op succes.” Zo is de kans bij vrouwen onder de 30 jaar vaak aanzienlijk hoger, terwijl die bij vrouwen van 45 jaar nog maar rond de 3 tot 4 procent ligt. Ook het aantal embryo’s maakt uit. Dankzij de hormoonbehandeling ontstaan er meestal meerdere eicellen, en dus ook (hopelijk) meerdere embryo’s. “En als er embryo’s worden ingevroren en later teruggeplaatst, vergroot dat je totale kans op een zwangerschap,” zegt ze. "Maar we zijn altijd transparant: garanties geven we niet.”

Een ICSI-behandeling is over het algemeen veilig, maar zoals bij elke medische ingreep zijn er risico’s om rekening mee te houden. Zo is er een grotere kans op een tweeling of meerling, vooral als er meerdere embryo’s worden teruggeplaatst. Dat klinkt misschien als een dubbele dosis geluk, maar een meerlingzwangerschap brengt ook extra lichamelijke belasting en medische risico’s met zich mee. Daarnaast kunnen er bijwerkingen optreden door de hormoonstimulatie die je krijgt om meerdere eicellen te laten rijpen. In sommige gevallen kan dit leiden tot overstimulatie (ook wel OHSS genoemd), waarbij je buik opgezet en pijnlijk aanvoelt. Meestal is dit mild, maar het kan in zeldzame gevallen ernstiger zijn.

Tot slot lijkt er een iets verhoogd risico op aangeboren afwijkingen bij kinderen die via ICSI zijn verwekt. Onderzoekers vermoeden echter dat dit vooral te maken heeft met de vruchtbaarheidsproblemen van de vader, zoals een verminderde zaadcelkwaliteit en niet met de ICSI-methode zelf. “De techniek van ICSI op zichzelf verhoogt het risico op aangeboren afwijkingen niet, het is vooral de reden waarom ICSI wordt toegepast die hierin een rol speelt", zegt Van den Dool. Gelukkig worden de meeste ICSI-baby’s gewoon gezond geboren. Het is goed om je bewust te zijn van dit soort risico’s, maar laat je er vooral niet door ontmoedigen. Je arts bespreekt altijd wat in jouw situatie de veiligste en beste aanpak is.

Mentale impact van vruchtbaarheidsbehandelingen

Zo’n traject doet ook wat met je hoofd. Veel vrouwen ervaren stress, verdriet of onzekerheid. Wees dus lief voor jezelf en zoek steun – bij je partner, vrienden, een coach of lotgenoten. Je hoeft het niet alleen te doen. “Het psychologische aspect wordt vaak onderschat,” zegt de arts. “We zien dat koppels veel spanning ervaren. Daarom vinden wij het belangrijk dat er goede begeleiding is, ook op mentaal vlak.”

Veelgestelde vragen over ICSI

Wat is het verschil tussen IUI, IVF, ICSI en IXI?

  • IUI (intra-uteriene inseminatie) - Bij deze behandeling worden de best bewegende zaadcellen geselecteerd en met een dun slangetje direct in de baarmoeder gebracht, vlak rond de eisprong.
  • IVF - Eicel en zaadcellen worden samengebracht in een schaaltje, en de sterkste zaadcel doet de bevruchting zelf.
  • ICSI - Eén zaadcel wordt met een naald rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd.
  • IXI of IKSI - Vaak een verkeerd gespelde variant van ICSI, maar het betekent hetzelfde.

Hoe lang duurt een ICSI-traject?

Vanaf de start van de hormoonbehandeling tot de zwangerschapstest zit je op zo’n 4 tot 6 weken. Bij een terugplaatsing in een volgende cyclus kan het iets langer duren.

Kun je met ICSI een tweeling krijgen?

Ja, vooral als er twee embryo’s worden teruggeplaatst. Maar: de meeste klinieken plaatsen liever één embryo terug om de risico’s te beperken.

Waarom niet altijd ICSI, maar soms ook IVF?

Je zou denken: als ICSI de bevruchting actiever aanpakt, waarom zou je dan nog voor IVF kiezen? Een logische vraag, die artsen vaak krijgen. “Veel mensen denken dat ICSI altijd beter is, omdat de zaadcel er dan al in zit,” vertelt Van den Dool. “Zo voorkom je dat een IVF-behandeling mislukt doordat er geen bevruchting plaatsvindt.” Toch wordt in Nederland niet standaard voor ICSI gekozen. In andere landen gebeurt dat wel vaker, maar hier houden artsen zich bewust aan duidelijke indicaties. “Een zaadcel kan een eicel op een hele natuurlijke manier bevruchten, en dat proces verloopt vaak prima – vooral bij jonge of gezonde eicellen,” legt ze uit. “Ga je met een naald in een eicel prikken, dan is er altijd een klein risico dat de eicel beschadigd raakt.” Vooral bij oudere of kwetsbare eicellen is die kans groter. Daarom gebruiken artsen ICSI alleen als daar echt een medische reden voor is. “Het is een prachtige techniek, maar je moet ’m wel op het juiste moment inzetten. Niet bij iedereen, en niet zomaar standaard.”

Bronnen: Nij Clinics, LUMC, NVOG, Erasmus MC, Freya

Volg je Women's Health al op Facebook en Instagram?

ICSI-behandeling: wat is het en wat zijn de kansen?