'Door creatief denken kan ik met mijn beperking voluit meedoen aan sport'
Women's Health US

Leah Kaplan is geboren zonder linker onderarm, haar beperking heeft haar niet laten stoppen op het gebied van sport. Sterker nog: het heeft haar gemaakt tot wie ze nu is.
Ik ben geboren zonder linker onderarm. Toen ik nog een klein meisje was, deed ik aan atletiek. Die sport heeft mij laten zien waar ik toe in staat ben.
Als kind deed ik allerlei sporten. Toen ik rond de fase van de middelbare school zat, deed ik aan wedstrijdzwemmen. Die vorm van competitie heeft mijn zelfvertrouwen laten groeien. Ik had vertrouwen in mezelf als atleet. In mijn derde jaar kwalificeerde ik me zelfs voor de Olympische selectiewedstrijden voor de Spelen van 2008 in Peking. Ik haalde het team helaas niet, maar de ervaring gaf me een inkijkje in de wereld van de topsport. Ik kreeg de mindset dat ik alles kon doen als ik mij er toe zet.
Nieuw doel: Ironman
Toen ik naar de universiteit ging, stopte ik met zwemmen. Ik miste het sporten wel heel erg. Ik besloot mij, in een opwelling, in te schrijven voor een halve marathon. Ik vond de trainingen erg pittig. Ik had nog niet veel ervaring op lange afstanden lopen. De dag dat ik de marathon had behaald voelde ik mij trots. Ik was benieuwd hoe ver ik mijn lichaam nog meer kon pushen. Met een zwemachtergrond en recreatief fietsen was de vervolgstap logisch; ik besloot dat ik mee wilde doen aan een Ironman.
Tijdens mijn trainingen naar de Ironman, ben ik mij vooral gaan focussen op mijn uithoudingsvermogen, techniek en zwemmen in open water. Ik heb mijn fiets toen zo afgesteld dat ik alleen maar hoefde te remmen met mijn rechterhand. Zo kon ik makkelijk mijn snelheid reguleren met één arm. Het trainingstraject duurde totaal zo’n vijf maanden.
Onverslaanbaar
Toen ik de finishlijn van de Ironman had behaald, voelde ik me zo onverslaanbaar. Het was een waar inspiratiemoment voor mij dat ik dit gehaald had. Mijn kracht en doorzettingsvermogen werden beloond. Vanaf dat moment wist ik dat duursporten de roeping voor mij is. Zeven jaar later heb ik aan 12 halve marathons, 3 hele marathons en 3 Ironmans meegedaan. En nog steeds ben ik aan het kijken hoe ver ik mezelf kan blijven pushen.
Fanatiek is een understatement
Ik loop per week zo’n 64 kilometer verdeeld over zes dagen in de week. Ik heb een training waar ik hoogtemeters oefen, ik heb drie trainingen waar ik een rustig tempo loop en een lange duurloop.
Naast hardlopen doe ik minstens drie tot vier keer per week plyometrische oefeningen, zoals box jumps, squat jumps en skater hops, om explosieve kracht op te bouwen en mijn balans en stabiliteit te verbeteren. Coaches hebben mij geholpen om op een aangepaste manier te trainen. Zo werd mijn beperking geen belemmering voor mij.
Ik heb grappige en creatieve oplossingen gevonden voor wanneer je je armen moet gebruiken. Ik gebruik bijvoorbeeld een pilatesring als ik deadlifts ga doen met de barbell. Het kunnen aanpassen brengt echt een wereld van verschil, zo kan ik alles toch voluit meedoen.
Dingen die ik geleerd heb
Het trainen voor je doel is niet altijd makkelijk. Sommige dagen kunnen zwaar voelen, de andere dagen gaan van een leien dakje. Het gevoel dat iets goed gaat verschilt nog wel eens per moment. Naast dat ik de moed er altijd in probeer te houden, probeer ik ook altijd realistische doelen te stellen.
Je moet niet te veel letten op wat een ander doet. Je moet juist doelen stellen die passen bij jouw proces. Ik haal ook een heleboel inspiratie uit mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt. Dan kun je elkaar helpen en versterken.
Dit is een syndication van Women's Health US.
Volg je Women's Health al op Facebook, Instagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.













