Op naar meer: atlete Lieke Klaver openhartig over haar leven als topsporter

Tom ten Seldam

Tom ten Seldam

Op het EK indooratletiek won Lieke Klaver (26) dit voorjaar haar eerste individuele goud op een internationaal kampioenschap. Dat smaakt naar meer: ook outdoor goud staat hoog op haar wensenlijst. ‘Mijn vuurtje is echt aan.’

Lieke Klaver, die begin dit jaar op de cover van Women's Health stond, leek over de atletiekbaan te vliegen, afgelopen maart. Tijdens het EK indooratletiek in Apeldoorn won ze haar eerste individuele gouden medaille op de 400 meter, de afstand waarin ze is gespecialiseerd. Daarmee kwam een langgekoesterde droom uit. Een dag later pakte ze ook nog goud met de estafettevrouwen op de 4x400 meter. Een geweldige prestatie. Maar een topsporter ziet altijd ruimte voor verbetering, zo ook Lieke: ‘Ik heb snelheid genoeg, maar die moet ik nog langer vasthouden in een ontspannen toestand.’

Wie is Lieke Klaver?

Topsprinter Lieke Klaver (26) is een van de snelste en succesvolste Nederlandse atletes op de 400 meter en estafette. Ze draait al heel wat jaren mee aan de top: als vijftienjarige deed ze voor het eerst mee aan internationale wedstrijden. Lieke won meerdere medailles op EK’s en WK’s en deed twee keer mee aan de Olympische Spelen. Tijdens de Spelen van 2024 in Parijs pakte ze goud met de 4×400 meter gemengde estafette én zilver met de vrouwenploeg. Dit jaar beleefde ze nog een hoogtepunt in haar carrière: in maart werd ze Europees kampioen indoor op de 400 meter, haar eerste individuele titel op een internationaal kampioenschap.

Wat betekent die individuele gouden medaille voor jou?

‘Het is heel bijzonder. De twee zilveren medailles en de bronzen medaille die ik individueel al had, hebben voor mij allemaal een gouden randje. Maar ik had nog geen eigen goud. De timing van het EK indoor was perfect. Het was in Nederland, mijn ouders waren erbij, TeamNL deed het goed. We hebben het met z’n allen gevierd, heel leuk. Nu wil ik ook outdoor goud. Ik ben heel blij, maar de topsporter in mij wil gewoon meer.’

Lukt het je wel om te genieten van zo’n prestatie?

‘Zeker. Daarom heb ik er ook bewust voor gekozen niet naar het WK indoor in China te gaan, twee weken later. Zo kon ik mezelf de ruimte geven om het even rustig aan te doen en te genieten. Die keuze heb ik wel pas op het laatste moment gemaakt. Ik wist dat ik in China weer voor medailles kon gaan, dus het voelde een beetje als opgeven – nee, alsof het dan een beetje te makkelijk werd gemaakt voor die andere meiden daar. Maar ik had een tijd van 50.38 gelopen, hartstikke goed. Ik was zo trots en had zo’n voldaan gevoel, dat ik dacht: laat die meiden het maar een keer uitvechten.’

Vlak na de finale zei je tegen je vader op de tribune dat je dit voor hem had gedaan. Waarom?

‘Ik kies mijn ouders vaak als focuspunt. Ze reizen zich al suf sinds mijn twaalfde en zijn overal bij geweest. Naarmate een toernooi dichterbij komt, denk ik wat meer aan mezelf. Dat hoort erbij als topsporter. Ik ben blij dat mijn ouders me die vrijheid geven en me dat niet kwalijk nemen. Bij de laatste honderd meter van het EK dacht ik: mijn familie is hier, dus ik moet vóór die anderen blijven. Ik wilde winnen voor mijn ouders.’

Ik vond het vervelend dat kranten schreven over een 'sterrenstatus'. Ik doe niet mee aan een realityshow, ik ben gewoon aan het hardlopen.

— Lieke Klaver

Is concurrentie ook een motivatie voor je?

‘Ja, concurrentie vind ik heel fijn. Daardoor voelt het echt alsof ik mezelf moet bewijzen. Vooral dit jaar heb ik gemerkt dat ik daar heel goed door presteer. Eerder legde ik die link niet. Maar als ik concurrentie heb, is het vuurtje echt aan.’

Na het EK schreven media dat je uit de schaduw van Femke Bol was gestapt. Wakkert dat ook een vuurtje aan?

‘Ik krijg vaak de vraag of ik het stom vind dat Femke er is. Dan zeg ik altijd: nee, ik moet gewoon harder lopen. Ik ben verantwoordelijk voor wat ik doe. Wat ik wel vervelend vond, was een nieuwskop waarin stond dat ik klaar zou zijn voor een ‘sterrenstatus’. Alsof ik meedoe aan een realityshow. Ik ben gewoon aan het hardlopen.’

Door je sportprestaties ben je een bekende Nederlander geworden.

‘Ja, dat vind ik wel lastig. Het is een verandering waar ik nog erg aan moet wennen. Als mensen een praatje met me maken, gaat het bijna altijd over sport en hebben ze tal van vragen. Ik vind het super leuk om die te beantwoorden, maar de wereld draait niet om mijn sport. We kunnen het ook gewoon over andere dingen hebben.’

Droomde je als kind al van topsport?

‘Nee, ik ben zelfs op atletiek gegaan omdat dat moest van mijn moeder. Na deze race zei ze nog: “Ik ben zo blij dat ik je op atletiek gezet heb”, haha. Ze zag mijn broer en mij altijd naar school rennen, buitenspelen en in bomen klimmen en het leek haar goed voor onze ontwikkeling. Ze heeft zelf aan atletiek gedaan en vond het een mooie sport. Mijn vader was ook snel, hij voetbalde. Of ik meteen verliefd was op atletiek? Nee, ik moest de eerste drie trainingen hartstikke hard huilen. Ik vond het doodeng.’

Waarom vond je dat eng?

‘Iedereen had vriendjes en vriendinnetjes, en je moest met z’n allen rennen, praten en gezellig doen. Ik was hartstikke verlegen als kind. Maar ik werd gelukkig snel in de groep opgenomen. Na die eerste paar trainingen vond ik mijn draai. Ik denk dat sport in het algemeen ook helpt om meer zelfvertrouwen te krijgen. En als je ergens goed in bent, word je ook zelfverzekerder. Dat hielp erg.’

Wat vind je zo mooi aan atletiek?

‘Ik vind het fijn om me superfit te voelen. En het detailwerk met je lichaam vind ik leuk, de technische aspecten. Hoe je je voet plaatst, hoe lang je grondcontact is. Daar komen veel data bij kijken, heel interessant. Het is ook een uitdaging om je elke dag goed te voelen, je lichaam te vertrouwen en te weten dat je kunt leveren wat je moet leveren.’

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Lieke Klaver tijdens de covershoot met Women's Health© Tom ten Seldam

Lieke Klaver tijdens de covershoot met Women's Health

Wat is het mooiste wat de sport je heeft gebracht?

‘Vriendschappen en reizen. Ik ben goed bevriend geraakt met de meiden en jongens uit de ploeg. Tijd voor familie en vrienden buiten de sport moet ik maken; we plannen het ver van tevoren in. Na een toernooi heb ik wat meer vrije tijd en ben ik langer in Nederland. De meeste van mijn vriendinnen wonen in Enkhuizen, waar ik opgroeide. Ik woon vlak bij sportcentrum Papendal, twee uur verderop. Meestal eten en praten we bij in Amsterdam. Dat werkt goed. Sommige vriendschappen zijn verwaterd, omdat ik soms zo druk ben dat ik niet meer app. Maar de vriendinnen die ik over heb, blijven steevast appen. Ze wijzen me erop: hallo, ik ben er ook nog.’

Vorig jaar liep je de finale van de 400 meter individueel op de Spelen in Parijs mis door een verkeerde start. Hoe ga je om met tegenslag?

‘Door uit te kijken naar de volgende races. Op die bewuste woensdagavond, na de race, heb ik alleen maar gehuild. Het moest er even uit. De volgende dag ben ik met de andere meiden opgetrokken. We hebben alleen maar gelachen, ze waren er echt voor me. Vrijdagochtend liepen we met de meiden de 4x400 meter en wonnen we zilver. Die ervaring in de individuele finale in Parijs was een van de stomste uit mijn leven, maar ook een van de mooiste. Ik had het geluk dat ik meteen iets had om naar uit te kijken. Als ik bij de pakken neer was gaan zitten, had ik nu geen goud gewonnen.’

Twee jaar geleden raakte je overprikkeld door drukte. Wat gebeurde er?

‘In 2022 werd ik vierde op het WK in Eugene. Vanaf dat moment ging mijn carrière goed. Ik deed allerlei leuke mediadingen, trainde voor het EK indoor in Istanbul in 2023, won daar mijn eerste zilveren medaille en studeerde ook nog. Ik vind alles leuk, dus ik ging maar door, door, door. Op een gegeven moment dacht mijn lichaam, en vooral mijn hoofd: het is genoeg geweest. Volgens mij stootte ik letterlijk mijn grote teen toen ik in huilen uitbarstte. Mijn coach zei: ga jij maar even naar huis. Daarna stond ik twee weken lang uit. Ik kon niks meer.’

Hoe ging je daarmee om?

‘Ik heb tegen mezelf gezegd: wat zou ik doen als ik koorts had? Dan zou ik ook in bed blijven liggen. Tegelijkertijd moest ik mijn hoofd stil krijgen. Daarom ben ik maar legpuzzels gaan maken. In het begin hield ik dat een kwartier vol, omdat mijn hoofd ging tollen. Maar ik kon steeds wat meer aan en heb het trainen langzaam opgebouwd.’ 

Neem je nu ook af en toe bewust gas terug? 

‘Nou, ik vind het niet zo leuk om gas terug te nemen. Ik zeg dus tegen mezelf dat ik alles mag doen wat ik wil, maar mijn management is er wel strenger op geworden. Voor mijzelf is het vooral belangrijk dat ik ook echt niks ga doen, als ik niks hoef te doen. Mijn vriend (sprinter Terrence Agard, red.) moet me daar nog vaak op wijzen. Hij zegt soms: ga zitten, want je bent weer veel te veel aan het doen. Dan geeft hij me een kop thee en zegt dat ik even moet netflixen, haha. Hij is veel rustiger dan ik. Hij heeft een Surinaamse moeder en komt van Curaçao. Een wereld van verschil. Hij heeft veel geduld met me.’

Terrence en jij zijn allebei atleet. Is dat een voordeel?

‘Dat is heel fijn. We snappen dat je rond een toernooi wat meer gefocust bent, vroeg naar bed gaat en wat meer voor jezelf kiest. Iemand buiten de topsport zou het vast gek vinden dat je alles opzij zet om vijftig seconden te rennen. En het is fijn dat hij erbij is als ik reis. We trainen in dezelfde trainingsgroep. Thuis praten we trouwens niet veel over sport. Als we de dag nabespreken, zeggen we: oké, we hebben het er vijf minuten over, dan gaan we het over andere dingen hebben.’

Jij was erbij toen zijn ploeg zilver won op de Spelen van Tokio in 2020, hij was erbij toen jij individueel goud won.

‘Ja, heel bijzonder. Kort voordat hij met de jongens zilver won in Tokio, had ik met de meiden gelopen. Toen we ze zagen winnen, werden we helemaal gek. Ik rende de baan op, wat eigenlijk niet mocht, meteen naar Terrence toe. Hij had magisch goed gelopen. Op het EK in maart zag ik weer hoe trots hij ook op mij is, zo lief. Bij hem ben ik veilig, zoals ik dat ook bij mijn familie ben. En als je veilig bent, kun je bloeien.’

Hoe ga je om met de druk van topsport?

‘Ik kan ertegen vechten, maar ik kan ook accepteren dat ik druk en onzekerheid voel. Als ik super onzeker ben, denk ik echt weleens: o nee, alles vergaat. Maar ik kan me eroverheen zetten, daar ben ik blij om. Het helpt ook dat ik veel met mijn coach kan bespreken. Dan denk ik: ik leg het even op jouw bordje, dan is het uit mijn systeem en hoef ik er niks meer mee te doen.’ 

Je traint al lang op topniveau. Hoe blijf je gemotiveerd?

‘Ik ben altijd gemotiveerd, ik heb nooit géén zin om te trainen. Maar er is wel een gedachte die me door de zware training van zaterdagochtend helpt: als je klaar bent, heb je weekend. Daarna hebben we namelijk anderhalve dag rust en neem ik iets lekkers met suiker, zoals chocola. Er moet balans tussen ontspanning en inspanning zijn, weet ik nu. Als je goed in je vel zit, ben je leuker tegen andere mensen en doen andere mensen ook leuker tegen jou. Dan heb je gewoon meer lol. Je leeft misschien honderd jaar. Waarom zou je niet het leukste uit je leven halen?’

Atleet Maureen Koster liep tijdens het EK een lichte hersenschudding op na een val. Ben je weleens bang voor fysieke gevaren?

‘We schrokken allemaal van die val van Maureen, het was zo erg. Zelf heb ik niet vaak blessures gehad – ik klop het even af – en ik besef goed hoe blij ik daarmee mag zijn. Ik heb weleens last van mijn achillespees of onderrug, maar hoef bijna nooit een training over te slaan. Het helpt dat ik mijn lichaam goed ken en een heel fijne fysio heb, die mijn lichaam ook goed kent. Ik ben gezond en in balans, daar bedank ik mijn lichaam echt voor.’

Ben je ook bezig met hoe je lichaam eruitziet?

‘Vooral met hoe het voelt en werkt. Ik vind het niet zo fijn om de hele tijd bezig te zijn met afvallen, want dat woord heeft toch een negatieve lading. Ik wil vooral zo atletisch mogelijk zijn. Daarvoor kijk ik gewoon in de spiegel. Die is voor mij de maatstaf.’

Welke doelen en ambities heb je nu?

‘Ik werk toe naar het WK in Tokio in september, en tussendoor heb ik Diamond Leagues. Dat zijn mijn doelen voor nu. Verder ben ik bijna klaar met mijn studie sportkunde; ik werk aan het laatste deel van mijn scriptie. Misschien wil ik ooit ook iets anders leren. Een cursus Papiaments lijkt me leuk, omdat mijn vriend dat spreekt. Vorig jaar hebben we een huis gekocht, dat was een grote droom. Veel tijd met familie en vrienden kunnen doorbrengen, dat is naast de sport toch het belangrijkste doel.’

Volg je Women's Health al op FacebookInstagram en TikTok?