Waarom calorieën tellen het afvallen juist kan tegenwerken (en wat wel werkt)
Getty Images

Je voert braaf alles in. Je weegt je havermout, scant je snacks en weet tot op de calorie nauwkeurig wat er op je bord ligt. En toch… gebeurt er weinig. Of voelt het vooral als een fulltime baan waar je mentaal steeds moeier van wordt.
We zijn jarenlang opgevoed met het idee dat calorieën tellen dé sleutel is tot afvallen. Maar volgens voedingsdeskundige Josette van Toor is dat beeld veel te simpel. Want hoe logisch de rekensom ook lijkt, ons lichaam speelt niet altijd volgens die regels.
Als eten een rekensom wordt (die zelden klopt)
Het idee is helder: eet minder calorieën dan je verbruikt, en je valt af. Alleen zit daar meteen het eerste probleem. ‘Het lichaam is niet een complex systeem van cijfers’ legt Van Toor uit. Of beter gezegd: dat is het juist wel, maar niet op de manier waarop apps dat proberen te vangen. ‘De vraag is altijd: hoeveel kcal verbrand je precies op een dag? Dat weten de meeste mensen niet heel nauwkeurig. Zelfs met slimme apparatuur blijven het schattingen, en die kunnen er behoorlijk naast zitten.’
Je moet alles meten, echt álles
Daar komt bovendien bij dat we in de praktijk lang niet alles registreren. ‘Denk aan de olijfolie in de pan, de lepel pesto of de hapjes die je stiekem proeft tijdens het koken.’ Kleine dingen, maar vaak met een hoge calorische dichtheid. En zelfs als je wél alles logt, blijft er een valkuil: portiegroottes. ‘Veel mensen kunnen die niet goed inschatten.’ Zonder nauwkeurige data wordt calorieën tellen al snel minder effectief en meer een hulpmiddel voor bewustwording dan een exacte afvalmethode.
Kwaliteit van je voeding = minstens zo belangrijk
‘Ultra-bewerkt voedsel is vaak hoger in energie en levert minder voedingsstoffen op', legt Van Toor uit. En laat dat laatste nou precies zijn wat je lichaam nodig heeft om goed te functioneren. ‘Je energiebudget vullen met voedingsstoffen die we niet per se nodig hebben, is niet handig’, voegt Van Toor toe. Oftewel: niet elke calorie draagt op dezelfde manier bij aan je gezondheid of verzadiging.
Van controle naar obsessie
Calorieën tellen voelt voor sommige mensen als grip. ‘Sommige mensen vinden het fijn omdat ze het idee hebben controle te hebben’, zegt Van Toor. Maar volgens haar is die controle vaak schijn. ‘Omdat je nooit precies weet wat je verbruikt en je inname dus ook niet perfect kunt matchen.'
Voor veel anderen werkt het juist averechts. ‘Het kan behoorlijk tijdrovend zijn en op den duur zorgen voor obsessief gedrag’, aldus Van Toor. Denk aan steeds minder willen eten, sociale momenten vermijden of continu bezig zijn met wat je wel en niet ‘mag’.
Impact op je mentale gezondheid
De mentale impact gaat nog verder, ‘Mensen verliezen spontaniteit en het ontspannen, sociale karakter van eten’, zegt Van Toor. Uit eten gaan voelt minder leuk, en een stukje taart kan ineens stress opleveren. Daarnaast ontstaat er vaak compensatiegedrag. ‘Mensen eten bijvoorbeeld iets calorierijks en gaan daarna extreem ‘compenseren’ door bijna niets meer te eten’, legt Van Toor uit. Met als gevolg dat ze belangrijke voedingsstoffen mislopen.
Stoppen met tracken: zo pak je het aan
Wil je stoppen met calorieën tellen? Dan hoeft dat niet in één keer radicaal. ‘Kijk terug in je tracking-app naar dagen waarop je je goed voelde: energiek, verzadigd en fit’, adviseert Van Toor. Gebruik die dagen als basis. ‘Schrijf ze op en maak daar variaties op’, zegt ze. Zo bouw je een eetpatroon dat werkt, zonder dat je alles hoeft bij te houden.
Slimmer eten zonder regels of apps
Geen app betekent niet dat je zomaar wat doet. Structuur helpt, maar dan zonder cijfers. ‘Kijk naar je drie hoofdmaaltijden: ontbijt, lunch en avondeten’, legt Van Toor uit. ‘Baseer die op voldoende groenten en eiwitten en voeg koolhydraten en vetten toe’, zegt Van Toor. Die combinatie zorgt voor verzadiging. ‘De kans dat je daarna trek krijgt en gaat snacken, wordt kleiner’, aldus Van Toor. Hier zijn een paar voorbeelden:
- Omelet met groenten en volkorenbrood
- Kwark met fruit, muesli en noten
En heb je tussendoor trek? Kies bijvoorbeeld voor fruit, noten of een volkoren cracker met eiwitrijk beleg.
De grootste voedingsmythes (die je mag vergeten)
Er zijn een paar hardnekkige misverstanden waar van Toor korte metten mee maakt. ‘Koolhydraten zijn geen dikmakers. Gewichtstoename draait om een calorie-overschot, ongeacht waar die calorieën vandaan komen.
Ook de elektrolyten-hype is volgens haar overdreven. ‘Je hoeft dat echt niet gelijk te nemen als je wakker wordt.’ Elektrolyten kunnen optimaal werken tijdens of na een intensieve work-out, tijdens hete dagen of wanneer je ziek bent en veel vocht verliest.
En eten in de avond? ‘Het idee dat je ‘s avonds niet meer zou mogen eten, zelfs niet na een training, is ook een mythe. Het is hartstikke normaal om na je avondeten en voor dat je gaat slapen nog wat te eten.'
Van tellen naar vertrouwen
Al met al zit de echte winst niet in nog preciezer tellen, maar in loslaten. ‘Luisteren naar je lichaam en vertrouwen op wat je nodig hebt is uiteindelijk belangrijker dan cijfers’, zegt Van Toor. Want hoe meer je focust op controle, hoe verder je soms afdrijft van gevoel.
Gezond eten wordt dan geen rekensom meer, zonder app, zonder stress en zonder dat alles perfect hoeft. En dat voelt een stuk lichter
Volg je Women's Health al op Facebook, Instagram en TikTok? Je kunt je ook inschrijven voor onze nieuwsbrief.














