Nieuws

Waarom vallen mensen soms terug na anorexia? Nieuwe studie wijst naar dít hormoon

Praat mee!
Geschreven door

Getty Images

Getty Images

Waarom krijgen nog veel mensen na herstel van anorexia een terugval? Wetenschappers hebben een mogelijke aanwijzing ontdekt in de hormonen die betrokken zijn bij honger en het beloningssysteem van de hersenen - volgens experts is die kennis een echte ‘game-changer’

Let op: in dit artikel worden de onderwerpen rondom verstoord eetgedrag en eetstoornissen aangehaald, en kan als triggerend worden ervaren. Onderaan lees je hoe en waar je hulp kunt vinden.

Een recente studie in Translational Psychiatry wijst op een hormonaal mechanisme dat mogelijk verklaart waarom zoveel mensen met anorexia nervosa terugvallen. Onderzoekers bestudeerden het verband tussen ghreline (een hormoon dat doorgaans aangeeft wanneer het tijd is om te eten) en LEAP2 (een lichaamseigen eiwit dat de werking van ghreline blokkeert) - probeer die twee goed te onthouden. 

Waarom dit zo bijzonder is? Nou, tot nu werd altijd alleen gekeken naar het gewicht om de mate van herstel te beoordelen. Maar in de toekomst kunnen artsen met deze kennis misschien niet alleen aan iemands gewicht zien of een behandeling werkt, maar ook aan hormonen en veranderingen in de hersenen. Zo worden behandelingen persoonlijker en beter afgestemd op het individu. Dit is waarom.

Terugval bij anorexia

Tot wel 4 procent van de vrouwen krijgt in hun leven te maken met de eetstoornis anorexia nervosa. De eetstoornis kan dodelijk zijn en is - hoewel zeker mogelijk - vaak moeilijk te overwinnen, omdat de kans op terugval groot is. Uit data blijkt dat tot de helft van de mensen die voor anorexia nervosa wordt behandeld, binnen tien jaar een terugval krijgt.

Wat kwam er uit het onderzoek naar voren?

Voor het onderzoek volgden wetenschappers 30 vrouwen in de leeftijd van 18 tot 60 jaar met anorexia nervosa - zowel tijdens hun behandeling met refeeding (refeeding is het proces waarbij de calorie-inname van ondervoede personen geleidelijk wordt verhoogd) als na de behandeling. Voor en na de behandeling, en nogmaals zes maanden later, werden bloedmonsters afgenomen. 

De onderzoekers keken specifiek naar de spiegels van het hormoon ghreline, dat zorgt voor een hongergevoel, en dat van het eiwit LEAP2 dat de werking van ghreline afremt. Ze ontdekten dat de patiënten bij opname een 20 procent hogere concentratie hadden van LEAP2 dan vier maanden later, toen ze in gewicht waren aangekomen.

Resultaten bij terugval vs. herstel

Wetenschappers zagen een interessant verband tussen ghreline & LEAP2 en impulsbeheersing: vrouwen die hun gezonde gewicht na gewichtsherstel wisten te behouden, hadden een betere balans tussen ghreline en LEAP2. Bij mensen die een terugval hadden, stegen de LEAP2-waarden juist weer. 

In een vervolgonderzoek met dieren stelden de onderzoekers vast dat deze hormonale verschuivingen te maken hebben met hoe goed het lichaam gevoed was.

De invloed van ghreline op terugval

Volgens de onderzoekers verandert er tijdens ondervoeding iets in de hersenen: ‘Als je geen toegang hebt tot voedsel, past de hersenactiviteit zich aan door minder beloning van voeding te verwachten’, zegt dr. Rebecca Boswell (PhD), directeur van het Princeton Center for Eating Disorders bij Penn Medicine Princeton Health. 

Als iemand herstelt van anorexia, veranderen niet alleen het gewicht en eetgedrag, maar ook processen in het lichaam en de hersenen. De aanpassing van hersenactiviteit is dan ook niet permanent: bij voldoende voeding, gewichtsherstel en behandeling kunnen je hersenen zichzelf de gevoeligheid voor beloning weer aanleren, zo stelt Boswell. De hormonen ghreline en LEAP2 lijken volgens de onderzoekers daarbij betrokken te zijn. 

De bevindingen zijn niet per sé nieuw, maar ze ‘bouwen op zinvolle wijze voort op bestaand onderzoek’, aldus Erin Birely, hulpverlener gespecialiseerd in eetstoornissen.

Maar: ghreline is geen oorzaak voor terugval

Deze veranderingen kunnen misschien ook verband houden met gedachten of gewoontes die ervoor zorgen dat iemand meer risico loopt om terug te vallen. ‘Dat betekent niet dat ghreline een terugval veroorzaakt’, zegt Birely. ‘Herstel wordt beïnvloed door tal van biologische, psychologische en sociale factoren die op elkaar inwerken. Deze bevindingen wijzen echter op nog een manier waarop lichaam en hersenen nauw met elkaar verbonden kunnen blijven tijdens het herstelproces.’

Wat betekent dit voor toekomstige behandelingen?

De onderzoekers hopen dat deze ontdekking in de toekomst kan helpen om beter te meten hoe goed iemand herstelt van een eetstoornis, legt Boswell uit. 

Nu kijken artsen vooral naar gewicht, terwijl dat niet alles zegt over herstel. Boswell: ‘In de toekomst zouden we ook kunnen kijken naar veranderingen in hormonale (ghreline/LEAP2-signalering) en cognitieve functies als indicatoren voor het behandelresultaat en de kans op langdurig herstel.’

Een echte ‘gamechanger’

Boswell noemt een betrouwbare biomarker - zo wordt een meetbaar signaal in het lichaam genoemd - voor het succes van de behandeling van eetstoornissen een ‘gamechanger’, vooral omdat dit kan helpen de zorg beter af te stemmen op de persoon. Het doel is om toe te werken naar een meer wetenschappelijk onderbouwd behandelmodel waarin gewicht niet centraal staat, en juist gekeken wordt naar meerdere signalen die laten zien hoe iemand lichamelijk én mentaal herstelt.

Wanneer komt dit naar de praktijk?

Vooralsnog is dit nog geen bestaande behandelmethode. Er is namelijk nog meer onderzoek nodig voordat ghreline/LEAP2 ook echt in de praktijk gebruikt kan worden als test om herstel of terugvalrisico te voorspellen. Ook is (nog) niet bekent wat de resultaten betekenen bij andere eetstoornissen, zoals boulimia nervosa of binge eating disorder.

Het belang van de juist hulp

Herken jij jezelf hierin, of herken je een ander? Weet dan dat je niet alleen bent. Hulp zoeken is - hoewel het moeilijk kan zijn - heel belangrijk, omdat artsen en deskundigen precies weten hoe ze jou het beste kunnen helpen. Zij zullen niet oordelen. Daarvoor zul je jouw eetstoornis zelf moeten erkennen. In de praktijk zoeken mensen vaak hulp juist terwijl ze nog twijfelen of ontkennen

Bel bij spoed altijd 112; als er geen spoed is, kun je het best contact opnemen met je huisarts. Heb je behoefte aan persoonlijke hulp of advies, of weet je niet zeker of je hulp nodig hebt? Dan kun je (anoniem) contact opnemen met een hulplijn:

  • Hulplijn MIND: 0900-1450 > je kunt bellen, chatten, WhatsAppen of mailen met een hulpverlener
  • Informatie-, advies- en steunpunt (ook als je een naaste bent) Stichting JIJ: 010-7370847
  • Stichting Kiem helpt ouders, naasten en professionals om signalen eerder te herkennen, zodat mensen sneller passende hulp krijgen. Op stichtingkiem.nl/hulp vind je informatie over eetstoornissen en waar je terechtkunt voor hulp.

Dit artikel is een syndication van Women's Health US.